Feyenoord

‘Pottedikeme.. wat zijn ze daar nu aan het doen?’ Mijn moeder drukt nog net niet haar neus tegen het glas van de serre ruit. ‘Hmm, wat is er?’ De toon van haar stem maakt mij los van het verhaal dat ik uit de regio krant aan het lezen ben. ‘Het wordt ook steeds gekker hier. Moet je nu kijken Hans’. Ze wenkt mijn vader. ‘Shar, ze hangen tegen je auto aan’. Tegen mijn auto aan? Ik leg het verhaal van Boer Frans over zijn energiezuinige koeienstallen naast mij neer en loop naar de serre ruit. ‘Pottedikkeme’ herhaal ik mijn moeder.

Vanaf een kleine vijftien meter hoogte kijken drie paar ogen vanaf een appartement neer op een nieuwe Peugeot Partner, die zojuist ‘vriendjes’ is geworden met vier in het zwart gehulde gestaltes. Twee van de gestaltes leunen tegen de motor kap, een derde parkeert zijn fiets tegen de zijkant. Langzaam verandert de inhoud van mijn maag zich in kokend hete lava, dat bijna een vulkaanuitbarsting in mij teweeg brengt. Wat doen die snotapen tegen mijn bus? ‘Zal ik de wijkagent bellen? Vraagt mijn vader. ‘Die kent die gasten en kan ze wel toespreken’. ‘Nee hoor pa, ik heb een beter idee’. Ik ruk mijn blik los van het raam en been woedend naar de hal, waar ik mijn jas van de kapstok trek. Vanuit de woonkamer hoor ik met een dof geluid twee hondenpootjes op de houten vloer neerkomen, even later gevolgd door de andere twee. Ik weet dat Pax, na het horen van mijn jas, zich zojuist in slowmotion van de hocker heeft laten glijden en zich nu traag richting de deur begeeft. Vrouwtje plus jas is naar buiten (iets met Pavlov). ‘Ja goed plan, ga jij ook maar mee’. Ik klik de musketon haak aan zijn halsband en stap samen met Memphis (die in tegenstelling tot Pax in turbo snelheid richting de deur was gelopen) de gang van de vijfde verdieping op. De lift staat, alsof het afgesproken is, al klaar. ‘Moet ik met je mee?’ Hoor ik mijn vader nog zeggen, maar de deuren van de lift sluiten zich al en ik zak samen met de honden richting begane grond.

Terwijl de lift zich verplaatst vraag ik mij opeens af hoeveel Facebook vrienden Pax en Memphis zouden hebben als ze mensen waren. Pax waarschijnlijk heel veel, die vindt iedereen leuk en houdt wel van contact. Memphis zal waarschijnlijk een selectieve Facebooker zijn, alleen als hij je een paar keer persoonlijk gesproken hebt wordt je geaccepteerd. De buurjongen die soms wel en soms niet hallo zegt zou er niet op komen.. Ik zucht diep. Mijn geest blijft een bijzonder fenomeen..

De lucht is koud voor de tijd van het jaar. De wind zwiept venijnig in mijn gezicht, wat er voor zorgt dat mijn ergste woede wat afneemt. Ik steek de straat over en loop richting mijn auto. Eenmaal bij mijn bus aangekomen kuch ik overdreven hard. De jongens staan er nog en lijken mij niet op te merken. Ik kuch nog eens, maar wederom geen reactie. ‘Pardon heren’. Ik onderdruk de moeite om ze in het plat Rotterdams aan te spreken. Eén van de motorkap-hangers draait zich nonchalant naar mij om en kijkt mij arrogant aan. ‘Wat?’ bitst hij. ‘Zouden jullie zo vriendelijk willen zijn mijn auto niet als lounge bank te gebruiken’? De jongen doet zijn mond open, waarschijnlijk om mij eens haarfijn te vertellen dat hij dat zelf wel bepaald, maar sluit deze vervolgens snel. Hij kijkt met grote ogen naar mijn twee viervoeters. Mooi, de reactie waar ik op had gehoopt. Zijn maat, die naast hem tegen de motorkap leunt draait zich in onze richting om te kijken waarom zijn vriend het gesprek is gestopt. ‘Mem’ mompel ik voor de jongens onhoorbaar, maar voor hem luid en duidelijk ‘Feyenoord’. Memphis kijkt mij met grote pret ogen aan. Bijna alsof hij wilt zeggen ‘Echt!? Mag ik nu!?’. ‘Feyenoord’ zeg ik nogmaals. En zonder te veel tijd te verspillen trekt Memphis zijn grote honden bek open en begint keihard te blaffen.

De jongens vliegen alsof gebeten door een wesp omhoog. Memphis blaft ondertussen vrolijk door, nog steeds een beetje van zijn stuk dat hij zo midden op straat zijn honden-gezang mag laten horen. ‘Excuus mevrouw’. Stamelt de jongen. ‘Geen probleem knul’, bijt ik hem cynisch toe ‘vergeet je fiets niet’.

Als een topatleet die net een belangrijke wedstrijd heeft gewonnen loop ik triomfantelijk terug naar het huis van mijn ouders. Nooit geweten dat het commando ‘Feyenoord’ nog eens van pas zou komen.

Uiteraard is het niet de bedoeling om jouw hond te gebruiken om andere de stuipen op het lijf te jagen. Integendeel, maar in deze situatie was het toch behoorlijk handig. Zonder een grote scheldpartij was de situatie opgelost. Natuurlijk kwam Memphis, een grote zwarte hond, bedreigend voor de jongens over. Wie echter verstand heeft van hondengedrag had direct gezien dat zijn bijdrage voor hem één groot feest was. Breed zwierende kwispel en bijna dansende pootjes van de pret. Hij leek bijna te snappen dat hij mij een dienst bewees. En waarom ‘Feyenoord’ zal je denken? Wonend op Rotterdam Zuid en met het recente landskampioenschap van Feyenoord achter ons, was dat commando snel aangeleerd.

 

 

 

Hou je muilkorf!

Ik heb een soort voorgeprogrammeerd gedrag waarbij ik probeer zo min mogelijk iets van zaken te vinden. Het altijd van twee kanten bekijken en de waarheid ergens in het midden te vinden, dat idee. Misschien omdat ik niet van felle discussies of conflicten houd, maar waarschijnlijk omdat ik de wereld gewoon grijs vind en niet zwart wit. Maar met de laatste berichtgevingen uit de gemeente Rotterdam over hoog risico honden kan ik gewoon geen grijstint bedenken. Even in het kort: er komt een muilkorf plicht voor alle hoog risico honden (door economische zaken vastgestelde lijst begin dit jaar) met daarbij de mogelijkheid om als buurtbewoner een gevaarlijke hond ‘te verklikken’ bij de gemeente. Ik zeg: Rotjeknor, waar bent je nou helemaal mee bezigt?

Oké.. Eerst even een kleine nuance. Ik ben zeker niet tegen het gebruik van een muilkorf als hulpmiddel. Sterker nog, ik vind dat deze veel sneller gebruikt moet worden bij bepaald gedrag. Sommige honden kunnen alleen in onze maatschappij meekomen als zij gekorfd zijn en dan is een muilkorf in zekere zin voor hun een manier van vrijheid. Daarnaast kun je hem ook gebruiken voor andere doelen dan agressie. Eén van mijn honden loopt soms als hij los loopt met een korf omdat hij het hele buitengebied als één groot lopend buffet ziet. Geloof mij, een korf is een stuk goedkoper dan een darmoperatie. En voor wie dan zegt: ja dan moet je hem maar leren niks van straat te eten heeft nog nooit een labrador gehad die op een streng dieet zit om niet moddervet te worden. (Wie dat wel heeft en hem toch heeft geleerd geen frikadellen, kip kluiven en weet ik wat er op straat ligt te eten: ik neem diep mijn petje voor je af).

Daarnaast erken ik gelijk dat bijtincidenten voorkomen moeten worden en dat ieder incident er echt één te veel is. Berichten hierover doen altijd mijn nekharen overeind staan. Het doet mij oprecht pijn dat de dieren die ik zo lief heb zo onderdeel (gemaakt) zijn van het probleem. Daarnaast is het voor de slachtoffers gewoon verschrikkelijk.

Maar dan het volgende. Beste gemeente Rotterdam. Wie denken jullie dat je hier mee straft? De personen die aan de basis staan van deze problemen of de hondeneigenaren die wel verantwoord met hun dier omgaan en de eventuele risico’s willen voorkomen? Wie denken jullie dat er straks met hangende schouders op bol.com een korf bestellen en deze aan hun opgevoede viervoeter gaan aanleren? Juist. De mensen die niet hier het probleem vormen. Sterker nog, dit zijn de mensen die er alles aan doen om niet het probleem te worden, maar het door andere soms erg moeilijk gemaakt wordt. Neem nou een vriendin van mij. Trotse eigenaar van een prachtige Amerikaanse stafford. Loopt nooit met hem in drukke gebieden en gaat alleen naar losloop terreinen als het niet de uitlaattijd van de gemiddelde hond is. lekker rustig. Laatst liep zij in haar straat, haar hond aan de lijn. Plots komt er van achter als een raket een loslopende labrador aangesjeest. ‘Wilt u hem roepen, mevrouw?’ Vraagt zij nog vriendelijk. ‘Hoezo, hij loopt hier altijd los’. Bitst de vrouw terug. ‘Ja maar het is hier gewoon een woonwijk en uw hond mag hier helemaal niet los. Daarnaast is mijn hond aan zijn knieën geholpen en vind hij het erg onprettig als er zomaar een hond over hem heen dendert. Hij heeft pijn, ziet u’. De vrouw loopt rood aan en begint te schreeuwen: ‘dan moet je mij waarschuwen dat hij vals is, stom wijf’. Om het niet erger te maken en haar eigen hond niet overstuur te krijgen draait ze zich om en loopt weg. Gemeente Rotterdam, uw eerlijk oordeel. Wie is hier verkeerd bezig; mijn vriendin met haar Amerikaanse stafford of de mevrouw met de labrador?

Brengt mij trouwens op het volgende. Hoe gaan jullie die muilkorf plicht in vredesnaam handhaven? Bij mij in de straat staat avond in avond uit de auto’s driedubbel geparkeerd zonder dat daar ooit een boete voor wordt uitgedeeld. Of een vergelijkbaar voorbeeld van mijn vriendin hier boven: al die honden die door de wijk los lopen en onverwacht de weg oversteken of aangelijnde honden achtervolgen en het moeilijk maken.. ik heb daar nog nooit iemand voor gezien. En laat ik niet een te grote spelbreker zijn: van sommige van deze honden heb je echt geen last, maar het mag gewoon niet.

Nou geloof ik niet dat ik, ondanks mijn ergernissen hier over, mij tot die ‘kliklijn’ ga wenden. Of nouja, dat weet ik eigenlijk wel zeker. Mijn ervaring is dat je namelijk met de meeste mensen een prima gesprek kunt voeren als er iets aan de hand is. Tja niemand vind het leuk om aangesproken te worden, maar uiteindelijk kom je er samen echt wel uit. En zo niet, dan kun je altijd nog naar de mogelijkheden kijken. Mooie boel gaat dat worden met die lijn. Dus je hebt een aversie tegen een bewoner in de straat, omdat hij altijd zijn vuil verkeerd buiten zet. Gemeente paar keer gebeld, maar geen oplossing. Blijkt hij opeens een Fikkie te hebben. Zo, kassa denk jij. Even bellen, want die Fikkie keek mij toch een partij boos uit zijn ogen. En wat blijkt, dan komt de gemeente wel. Want in Rotterdam tolereren wij geen enge honden. Lekker kort door de bocht, maar gezien er weinig extra uitleg gegeven wordt bij de maatregelen zoals nu bekend is dit wel hoe ik het voor mij zie.

Rotterdam, oh Rotterdam. Je bent de mooiste stad van de wereld en voor altijd in mijn hart gegrift. Maar wat stel je mij als hondeneigenaar en hondenprofessional hier teleur. Zo vooruitstrevend als je bent met al je prachtige plannen, zo finaal sla je nu de plank mis. En hey, ik neem alles terug als blijkt dat er ook een prachtig plan ligt waarbij je iets gaat doen om de kern van dit probleem aan te pakken. Een plan dat ook rekening houdt met het welzijn van het dier en kijkt naar waarom een hond bepaald gedrag vertoond en door welke invloeden dit komt. Die er voor zorgt dat eigenaren die iets willen leren over hondengedrag daar de mogelijkheden toe hebben. Om dus bepaald gedrag te gaan voorkomen en niet alleen te gaan blokkeren door er een korf omheen te gooien. Mensen zijn niet zo veel anders dan honden hoor. Zij leren ook het meest van een beloning.

Nog niet zo heel lang geleden gaf ik vrijwillig les op een hondenschool in Rotterdam. De doelstelling van deze hondenschool was om voor een heel laag tarief (kostendekkend) een hondencursus aan te bieden. Een laag tarief zodat training voor alle inkomens toegankelijk gemaakt werd. Er was zelfs een mogelijkheid tot een betalingsregeling: het volgen van de cursus moest gewoon voor iedereen kunnen. Al jaren werd deze cursus op een verhard terrein gegeven, ergens in Rotterdam west. Deze locatie gekozen om centraal bereikbaar te zijn voor mensen zonder vervoer. Gedoogd door de gemeente, want zij zagen het doel van deze opzet in. Tot dat ‘Henk’ met pensioen ging en de flitsende ‘Fredrik’ werd aangenomen. Na eens goed in de regels gedoken te zijn was zijn oordeel: wegwezen van dit terrein. Oké, zuur maar we wisten dat we gedoogd werden en dat er dus altijd een kans was dat we weg moesten. De gemeente beloofde ons, nog steeds gelovend in ons doel, dat ze een ander terrein zouden vinden. Maanden gingen voorbij. Na vele mails en telefoontjes van onze kant kregen wij uiteindelijk een paar opties. Prachtige locaties, absoluut. Met een bijpassend kostenplaatje. Uit eigen zak de huur betalen was (uiteraard) geen optie en zo verdween deze hondenschool uit Rotterdam.

Lieve gemeente (want dat zijn jullie voor mij heus nog wel een beetje), is het een idee om al het geld dat jullie huidige regels gaan kosten te investeren in bijvoorbeeld bovenstaande initiatieven? Dat jullie luisteren naar ideeën van hondeneigenaren en professionals uit de gemeente om tot een vooruitstrevende aanpak te komen. Waarbij heus rekening wordt gehouden met eigenaren en honden die een extra aanpak nodig hebben, maar waarbij vooral iedereen die verantwoord zijn (en dat zijn er echt een hele boel) zich gehoord voelen. Kunnen jullie daar misschien een ‘kliklijn’ voor beginnen? Dat de volgende keer dat jullie in het nieuws zijn er geschreven wordt: Rotterdam: honden hoofdstad van Nederland. Want voor minder dan dat mag een wereld stad als Rotterdam niet gaan.

 

 

Hondeugend

Als een volleerd gymnaste sta ik in een soort halve spagaat op het grasveld. Links heb ik Pax aan de lijn, die op het uiterste puntje van de lijn probeert te poepen en rechts Memphis die eveneens zo ver als mogelijk probeert een plasje te plegen. Pax zet zijn poging nog een beetje extra kracht bij waardoor de lijn uit mijn handen glipt en zo in een al eerder achter gelaten drol terecht komt. Uit reflex doe ik direct een graai naar de lijn, waarbij ik finaal misgrijp en met mijn knieën in de modder op het gras beland. Pax, net uitgepoept, maakt een spelbuiging en gaat op afstand staan kwispelen, waarbij hij mij uitdagend aankijkt. Net als ik mij weer omhoog wil hijsen voel ik een grote natte lap over mijn wang gaan. Voor ik mijn hoofd kan omdraaien heb ik de volgende lik al te pakken. Luid piepend van opwinding staat Memphis naast mij, helemaal in zijn nopjes met het gekke spelletje dat zijn vrouwtje kennelijk aan het uitvoeren is. Pax zet een sprint in om zich bij ons te voegen, waarbij hij zijn lijn nogmaals door de hondendrol sleept. Nog steeds zit ik op de grond en ik kan niks anders doen dan keihard lachen.

Zijn we door alle social media, sites en tv programma’s soms niet een beetje vergeten om gewoon weg lol met onze honden te hebben? Ik vraag het mij soms af. Steeds vaker zie ik honden baasjes met gespannen bekkies op het trainingsveld, bang om iets verkeerd te doen. Bang om niet ‘de leider te zijn die hun hond nodig heeft’. Bang om niet te doen zoals ‘het hoort’. Lieve mensen, neem het aan van iemand die alles behalve de belichaming is van ‘een leider’: laat het los! Er zijn vele wegen die naar een opgevoede hond leiden, zo zonde om die weg als verplichte kost te zien.

Ja, natuurlijk heeft jouw hond opvoeding nodig. Natuurlijk moet je hem grenzen leren en uiteraard is met hem op training gaan verstandig. Maar het is toch zonde als je als baas dat hele traject met een rot gevoel doorloopt? Dat je elke keer als jouw hond niet luistert een stemmetje in jouw hoofd krijgt dat zegt ‘je kunt er niks van’. Of misschien niet eens in jouw hoofd, menig voorbijganger deelt graag zijn of haar mening over de opvoeding van jouw hond. Ik weet nog goed dat toen ik net mijn oudste hond aan het trainen was een toenmalige buurvrouw graag haar commentaar wilde geven. Na een paar hoge geluidjes gemaakt te hebben, die duidelijk bedoeld waren om mijn hond te lokken, sprong hij tegen haar op. Pas na een paar verwoede pogingen kreeg ik hem weer tot bedaren. Ze lachte venijnig, richtte zich tot mijn hond en zei indirect met een hoge stem tegen mij ‘jij bent niet als andere labradors he. Jij luistert niet. Of komt dat door jouw vrouwtje?’ Door haar hoge stem lanceerde hij zich direct weer met vier poten van de grond waardoor mijn pogingen om hem rustig te krijgen weer van voor af aan begonnen. ‘Jij bent niet als andere buren he’ beet ik haar bits toe. Ze keek mij vragend aan. ‘Die zijn wel aardig’. Ik kookte echt van binnen en ik heb mij daar een tijd best rot over gevoeld. Want ook ik las in die periode bepaalde honden boeken en ook ik had mij inmiddels wijs gemaakt dat ik een slechte leider was voor mijn hond.

Nu, jaren later, kan ik alleen maar keihard lachen om mijn verleden-zelf. Wat nam ik het allemaal serieus, wat maakte ik het mijzelf moeilijk. Nu hoor ik sommigen denken: makkelijk praten, maar probleemgedrag moet je echt wel serieus nemen. Daar kun je toch niet lollig over gaan zitten doen? Nee, dat klopt als een duif met kerstmis. Alleen wat ik veel zie is dat een eigenaar die tegen probleemgedrag aanloopt zijn hond niet meer los kan zien van dit gedrag. Ze verliezen echt het plezier in het samen zijn met de hond, ook als hij op dat moment niet het ongewenste gedrag vertoont. Juist al die momenten die wel goed gaan zijn zo belangrijk om te belonen en om aan jouw hond te laten zien dat je blij met hem bent. Het lost weliswaar niet direct het probleem gedrag op, maar het draagt wel bij aan de onderlinge band en dat is wat mij betreft de belangrijkste basis voor elke training. Dat zie ik bij cursisten, maar het is ook mijn eigen ervaring. Want pas toen ik al die meningen, methodes en visies los ging laten kreeg ik een gehoorzame, betrouwbare kameraad. Tegenwoordig geniet ik intens van zijn boevengedrag. Heerlijk toch, wanneer hij zich ogenschijnlijk even moet uitrekken en dan op zo’n manier dat zijn bek net boven de hapjes op tafel uitkomt. Dat hij toch even de situatie inschat en kijkt of er wellicht mogelijkheden zijn om de hapjes van tafel richting zijn hondenbek te krijgen. Dat hij dan zelf al bedenkt dat dit niet een heel strak plan is en zich vervolgens met een diepe zucht op de grond laat vallen, hopend op een geste van mij voor zijn goede gedrag: het niet leegroven van de salontafel. Heerlijk, gewoon heerlijk.

In onze huidige prestatie maatschappij is het soms lastig bij blijven. De hondenwereld is hier geen uitzondering in. Door alle meningen en visies zie je als hondeneigenaar soms door de bomen het bos niet meer. Voor sommigen geeft dit reden om erg aan zichzelf te gaan twijfelen. Voed uw hond op, maar wees niet te streng voor uzelf. Fouten zijn er om van te leren en u heeft te maken met een levend wezen, met een eigen wil en eigen karakter. Het is soms even zoeken welke aanpak het beste past, maar houd het tijdens deze zoektocht vooral leuk en geniet van uw prachtige viervoeter(s)!

Dierendag

‘Maar je hebt er toch nog 1?’ De vrouw kijkt mij onverschillig aan. Ik ben absoluut anti geweld, maar ik voel een zeer grote behoefte om haar kennis te laten maken met mijn schoen. ‘Ik bedoel’, vervolgt ze, ‘je kunt toch niet failliet gaan aan een hond? Het blijft maar een dier hoor’. Ik zie aan haar blik dat ze zich realiseert dat deze opmerking totaal verkeerd bij mij viel. Ik had een moment daarvoor nog krampachtig geprobeerd mijn geduld te bewaren, maar nu veerde ik op als door een wesp gestoken. ‘Zou je dat ook zeggen als het over je kinderen zou gaan?’ Beet ik haar toe. ‘Joh sorry Jan, maar we kunnen niet failliet aan je gaan hoor. Zoek het zelf maar uit, we hebben toch je broer nog’. ‘Nou zo bedoelde ik het ook weer niet, fluisterde de vrouw bijna. Ze keek naar haar schoenen. ‘Ik snap gewoon niet zo goed dat je een dier als een familielid kan beschouwen. Dat mag ik toch vinden?’ ‘Uiteraard mag jij dat vinden. Maar kunnen we in deze maatschappij nou niet een keer gaan leren dat er een tijd is om je waffel te houden? Dat jezelf ook wel kunt bedenken dat jouw mening, waar je goed recht op hebt, gewoon niet zoveel voor een ander toevoegt? Dat je je ook eens in een ander kan verplaatsen? Dat het recht op vrijheid van meningsuiting niet inhoud dat elk hersenspinsel gezegd moet worden? Wat dat betreft kunnen we van dieren nog een hoop leren. Hun gedrag dient tenminste vaak een doel (ook als het ongewenst is). Zeg nou niet dat jouw mening aan mij geven ook een functie heeft, want naast dat je mij gewoon pijn wilt doen, kan ik er geen één bedenken’. Witheet was ik. Achteraf schrok ik er zelf van, want normaal zou ik dit soort dingen negeren (of in het ergste geval afdoen met een sarcastisch antwoord). Maar nu niet. Deze onbekende vrouw trapte mij op mijn ziel.

Ik zit op een verjaardag en voer een gesprek met de persoon naast mij, die geïnteresseerd vraagt hoe het met Pax, mijn labrador, gaat. Hij is een kleine tijd voor deze verjaardag voor de vierde keer in één jaar geopereerd. Gedurende het gesprek zie ik dat mijn overbuurvrouw, die ik dus niet ken, onze conversatie aan het volgen is. Tussendoor doet ze verwoede pogingen om zich in ons gesprek te mengen, maar ik en mijn gesprekspartner weten haar behendig aan de zijlijn te houden. Uiteindelijk lukt het haar toch, met bovenstaand gesprek als eindresultaat.

Na mijn uitbarsting ben ik op gestaan, heb mijn jas gepakt en de gastvrouw van die avond tot ziens gezoend. Eenmaal buiten kalmeert de koele herfstlucht mijn stemming een beetje. Waarom moest ik zo uit mijn slof schieten? Wat is het toch dat de mening van iemand over mijn honden mij zo kan raken? ‘Het is maar een dier’. Hoe krijgt iemand het uitgesproken? Dat dier heeft mij de afgelopen jaren meer geleerd over menselijkheid, doorzettingsvermogen en ruimdenkendheid dan ik in mijn hele leven daarvoor gedaan heb. Dat is niet iets wat ik kan uitleggen, dat moet je voelen. De rust die je handen op een warme hondenbuik geven, krijgt geen meditatie bij mij voor elkaar. (Of is die handeling meditatie op zich?) Begrijp mij niet verkeerd: honden zijn honden. Geen harige kinderen. Ik vermenselijk ze niet, dat hoef je ook niet te doen. Met al hun fantastische honden eigenschappen hebben ze het helemaal niet nodig om als mens behandeld te worden. Ze worden er veel gelukkiger van als wij ze nemen voor wat ze zijn.

Ik sla mijn sjaal steviger om mijn hals, terwijl ik naar de auto loop. Misschien moet ik niet zo streng voor mijzelf zijn. Ik hou er niet van om uit mijn slof te schieten, maar ik ben ook een mens. Een mens dat net even genoeg motivatie kreeg om wel een veeg uit de pan te geven. Om te verdedigen wat mij zo dierbaar is. Inmiddels volledig gekalmeerd denk ik aan mijn honden, die nu ongetwijfeld beiden languit op de bank (ja dat mogen ze bij mij, wanneer er een kleed op ligt tenminste) liggen te snurken. Zich volledig onbewust van vrouwtjes gesprek van zojuist. Wat lijkt het mij soms toch fijn om een hond te zijn.

Vandaag is het dierendag. Een dag als geen ander, maar toch een beetje speciaal. Want hoewel het elke dag dierendag is (cliché maar wel waar), sta ik vandaag toch een beetje stil bij wat dieren (en honden in het bijzonder) voor mij betekenen. Dat dit veel is hoef ik niet uit te leggen. Je maakt er immers niet zomaar je werk van. Ze hebben mij geleerd om de humor in te zien van het leven. Wie tijdens het opvoeden van honden de lol en humor niet ziet, is een verloren baas. Ze hebben mij ook geleerd wat milder voor mijzelf te zijn, omdat je soms simpelweg geen invloed hebt op het leven. Dat het kopen van een lekkere honden kluif en deze vervolgens geven zoveel meer voldoening geeft dan het zoveelste paar nieuwe schoenen. Dat je met hard werken een band samen kan krijgen die voor het leven vertrouwen geeft, zonder enkele vorm van twijfels over integriteit. Dat het geluk in het leven zit in kleine dingen. Ja, geld is nodig om te kunnen doen waar je behoeften aan hebt. Geld geeft vrijheid. Maar geld geeft geen geluk. Vraag dat maar aan honden.

 

 

 

Column Hondsbrutaal: Labradorisme

Wekelijks schrijvende viervoeters Pax (labrador) en Memphis (herder kruising) om de beurt een column over wat hen bezighoudt in hondenland. Deze week Pax.

Nee, ik kan mij niet heugen dat ik ooit echt bonje heb gehad met iemand. Ja.. anderen wel met mij natuurlijk. Ik ben niet gek, ik zie heus wel wanneer iemand mij niet moet. Maar om nou te zeggen dat ik daar op in ga.. Ik zie daar het nut gewoon niet van in. Eigenlijk gun ik iedereen wel een beetje die eigenschap. Het is enorm relaxed. Dit inzicht is gekomen toen ik fanatiek aanhanger werd van het Labradorisme. Waarschijnlijk is dit velen van jullie nog een onbekende term, maar ik hoop daar via deze blog verandering in te brengen.

Allereerst even de definitie van Labradorisme. ‘Stroming waarbij liefde en een positieve kijk op het leven centraal staan. Aanhangers van het Labradorisme zijn vaak (bewust) blind voor negatieve prikkels van de omgeving. Zij hebben een uitermate gevoel voor conflict vermijdend gedrag en zullen waar mogelijk zoveel mogelijk mensen en dieren willen bekeren tot hun stroming. Labradorisme zie je vaak bij de Labradors’.

Nou hoor ik jou wel denken hoor. ‘Ja natuurlijk ben jij een Labradorist, Pax. Je bent immers zelf een labrador’. Hoewel dat natuurlijk klopt als een stuk beschuit met muisjes op een regenachtige dag (enorm lekker trouwens. Het is mij ooit eens gelukt om een half bord met beschuit van tafel te halen, toen mijn mensen-maten visite aan het uitzwaaien waren. Zij werden natuurlijk boos op mij bij terugkomst, maar zoals boven beschreven laat ik dat zo van mij afglijden. Negatieve prikkels zijn niet bestaande prikkels, zeggen wij binnen onze stroming. Je bent een Labradorist of je bent het niet) is het heus niet zo dat alle Labradors persé tot deze stroming behoren. Ik zie ze er wel tussen zitten hoor, afvallige soortgenoten. Maar binnen dit prachtige geheel hoor je dat te negeren en vooral te hopen dat deze hond uiteindelijk het licht ziet en ook zijn staart laat zwieren voor alles in het leven.

Jullie mensen-maten zullen wellicht moeite hebben om je volledig tot mijn geloof te bekeren, maar ik wil toch graag wat tips meegeven waarvan ik denk dat jullie ze in het leven goed kunnen toepassen.

Kwispel eens wat vaker naar een onbekende. Heb je moeite met kwispelen? Doe dan dat ene wat jullie mensen-maten doen om contact te maken. Glimlachen heet het geloof ik. Krijg je geen kwispel terug? Joh, niet erg! Kwispel harder en loop weer verder. Met een beetje geluk gaat de andere partij er over nadenken en voor ze het zelf weten staan ze ook naar andere te kwispelen. Het is een soort kruisbestuiving he, dat Labradorisme. Loop je dan vervolgens in het leven aan tegen iemand die wel heel goed negatieve prikkels in zich opneemt en deze graag met andere wilt delen: draai je om en ga aan een boom snuffelen. Of een variant op wat jullie mensen-maten dan zouden doen. Laat het hele idee los dat je alleen als winnaar uit de bus komt als je nog beter bent in negatieve prikkels overbrengen dan de andere partij. ‘Just be happy, it drives people crazy’. Het scheelt je een hoge bloeddruk, wat weer als positief effect heeft dat je minder snel dik wordt. Iets wat je trouwens ook veel ziet bij Labradoristen, maar dat heeft een andere oorzaak. Te diepe materie, ga ik nu niet op in.

Oké en als het dan echt een keer nodig is, als ze echt op je staart staan, mag je heus eens je tanden laten zien. Memphis is ook nog wel eens zo dom om mijn favoriete bekwijlde bal te willen pakken. In het verkeer zou het ook een chaos worden als er geen stopborden meer waren. Soms is het nodig, maar dat betekent niet dat je het bord an sich uit de grond moet rukken en iemand er mee voor z’n snorharen moet timmeren. Love people, LOVE!

Ohja, voor wie zich nu afvraagt of wij dan ook een speciale god hebben die wij aanbidden.. Nee. Maar er is wel een plekje in huis waar soms een hemels licht op mij schijnt en waar een geur van allerlei heerlijkheden uitkomt. Wat mij betreft het meest goddelijke op aarde, dus ik heb die plek wel tot mijn persoonlijk altaar omgedoopt.

Dus beste mensen-maten. Neem het aan van een al licht grijs wordende labrador: negeer negatieve prikkels en kwispel de wereld tegemoet. Het zal je goed doen!

Pax geeft hier zijn visie op onze maatschappij en hoe deze soms lijkt te verharden. Vanuit zijn hondenogen kan hij dit niet altijd begrijpen. Hoe kan er naast snuffelen, eten en slapen nou nog iets anders zijn waar je je druk over moet maken? Natuurlijk onmogelijk om dit voor ons mensen volledig toe te passen, maar er zit een kern van waarheid in. Negeer negativiteit en houd oog op alle positieve dingen in het leven. Dat is in ieder geval één van de lessen die ik dagelijks van mijn honden geleerd krijg.

 

 

Waar is Hippie?

Snel. Niet omkijken. Een geluid. Wat was dat? Maakt niet uit, rennen en niet stoppen. Gerommel, gebonk, gepiep. Niet stoppen, alleen maar door gaan. Een vriendelijk geluid tegen mij, maar ik vertrouw het niet. Weer rennen. Rennen tot ik niet meer kan. Ik ben bang, doodsbang.

Hoewel Social Media wat mij betreft niet zaligmakend is, zijn er een paar zaken waar het enorm goed voor ingezet kan worden. Eén daarvan is het snel verspreiden van informatie in geval van nood. Om die reden volg ik verschillende pagina’s waar mensen hun zoekgeraakte dier als vermist op kunnen geven. Meestal scrol ik hier langs, te ver uit de buurt om van dienst te kunnen zijn. Maar dan valt mijn oog opeens op een bericht dat uit mijn woonomgeving komt. Ontsnapt uit een tuin. Erg angstig, niet of slecht te benaderen. Direct contact persoon bellen als de hond gezien wordt. Hij hield zich op dat moment op rondom een aantal snelwegen. Mijn maag voelt raar bij het lezen. Een angstig dier in de buurt van een snelweg. Je moet er toch niet aandenken. Helaas het lot wat vele dieren per jaar treft. Ik ben op dat moment niet in de buurt om te helpen zoeken maar volg de berichtgeving. Ik ken de contactpersoon. Zij heeft mijn hond een keer geopereerd. Het raakt mij. Want hoe ik mij in die tijd voelde rondom mijn eigen hond, ervaart zij nu. De angst om een dierbare kwijt te raken. Volledig overgeleverd aan het lot. Gelukkig lees ik na een aantal dagen het bericht dat de hond is gevonden. Ik denk niet meer aan het verhaal tot ik via mijn eigen social media kanaal een win-actie uitzet. Opzoek naar mooie hondenverhalen, komt mij het bovenstaande verhaal onder ogen. Ronduit bijzonder en zeker uit de categorie ‘mooi wat honden doen’. Een verhaal het delen waard. Hieronder het verhaal van Esther.

Ik heb drie honden van mezelf, Mauro, Splinter en Fenne. Daarnaast heb ik al zo’n vijf jaar met enige regelmaat een pleeghondje in huis. Dit zijn vaak honden met een rugzakje die bij mij (gere)socialiseerd worden en waar we daarna een goed baasje voor zoeken. Mijn eigen honden vinden dat eigenlijk altijd prima. Mauro is de papa van mijn roedel waarbij de meeste hondjes steun en vertrouwen zoeken, Fenne is de benjamin die alles aan het spelen krijgt en Splinter heeft meestal zoiets van als ze mij met rust laten en mijn ding laten doen vind ik het prima. Hij zal niet lelijk doen ofzo, maar is erg op zichzelf en toont vaak weinig emoties.

Vorig jaar oktober had ik Hippie in de opvang. Een lieve zachtaardige reu met een behoorlijke rugzak. Hij had zijn hele leven in het asiel gezeten en door een gebrek aan socialisatie en een natuurlijke verlegenheid was hij behoorlijk angstig voor vreemde mensen en harde geluiden.

In de weken dat hij bij mij was maakte hij grote sprongen. Ik had zijn vertrouwen gewonnen, kon alles met hem en hij begon steeds meer en meer te ontspannen, ook buiten. Omdat ik op een gegeven moment met vakantie zou gaan en hij uit logeren moest, ging hij op een zaterdagavond een avondje proeflogeren bij een vriendin. Wat een avondje van huis zou zijn, werden twee slapeloze nachten. Hippie was daar uit de tuin ontsnapt en liep nu door een wijk die hij helemaal niet kende. Hippie die bang was van alles en iedereen en die nu helemaal in paniek was.

De hele zondag lopen zoeken, wel gevonden, maar nog steeds helemaal in paniekmodus en daardoor niet te bereiken en te pakken te krijgen. Op zondagavond heb ik in het gebied waar hij zich bevond een voerplek gemaakt, met een geurtje van thuis en wat heel lekker voer, in de hoop zijn vertrouwen daar mee te kunnen winnen.

Maandagochtend ben ik in alle vroegte samen met splinter de voerplek gaan controleren. Helaas, al het eten lag er nog, geen verse hondenpootjes in de buurt en Splinter gaf geen enkel signaal, die was alleen maar bezig met de haasjes die hij zag lopen.

Daarop besloot ik samen met Splinter toch nog even een rondje te lopen en de andere kant van het gebied te controleren. Op een bepaald moment ging Splinter zijn neus ineens aan de grond en ging hij als een volleerde speurhond al zigzaggend ergens achteraan. Splinter is een windhond, die gebruikt voornamelijk zijn ogen om ergens op te jagen, dus dit was helemaal vreemd voor hem. Ook had hij toen nog geen enkele speurervaring, ik had het nooit gestimuleerd om iets met zijn neus te doen. Dus dit was heel vreemd en ik besloot hem te volgen. Uiteindelijk hield hij stil bij een rietkraag en ging daar op ooghoogte staan turen. Hij weet dondersgoed dat hazen veel kleiner zijn en bij de grond zitten, dus ook dit was anders dan anders en ik besloot mijn gevoel te volgen en af te wachten. Tien minuten hebben we daar gestaan en er gebeurde helemaal niks. Uiteindelijk zag Splinter even verderop een haasje lopen en was zijn focus weer helemaal daarop. Dus ik dacht, t was toch niks, hij heeft me toch voor de gek gehouden, en ik spoor hem aan om mee te gaan. Precies op dat moment begint het riet op nog geen 5m van waar ik sta te ritselen en zit Hippie daar in riet. Al die tijd had hij waarschijnlijk al naar ons staan kijken.

Het heeft uiteindelijk nog zeker vijf minuten geduurd waarin hij besluiteloos in het riet bleef staan en af en toe heen en weer liep. Uiteindelijk kijkt hij naar splinter, maakt contact en dan breekt het ijs. Met een hele voorzichtige kwispel komt hij op splinter afgelopen en is de herkenning daar! Hij geeft zich over, totaal geen vluchtpogingen meer en ik lijn hem voorzichtig aan. Dan weet ik het zeker, de nachtmerrie is over! Heel gedwee loopt hij mee terug naar de auto en op dat moment komen bij mij alle emoties van de afgelopen dagen los en barst ik in huilen uit. En Splinter, mijn held… die was cool als altijd en alweer druk met de haasjes die daar in het ochtendgloren van hun ontbijt aan het genieten waren…

Hippie heeft uiteindelijk een super huisje gevonden in NoordHolland, op een boerderijtje in de middle of nowhere, bij een baasje die hem helemaal begrijpt.

En met Splinter ben ik speurlessen gaan volgen, al hoop ik dit nooit meer te hoeven meemaken. Inmiddels zijn we weer een aantal pleeghondjes verder en is hij nog even cool als altijd.

Goed bedoeld is niet altijd persé goed..

Er was eens een hond die het goed bedoelde

Ik was de rondjes naar ons speelterrein met Memphis en Pax wat zat en besloot op een vakantie dag om weer eens een park met ze te bezoeken.

Misschien dat je nu denkt ‘ja, en wat is daar zo bijzonder aan’? Maar ik verkeer dus in de gigantische luxe positie van het in bezit zijn van een eigen speelbos voor honden en zie daarom vaak het nut niet in van een bezoek aan een druk losloop park. In mijn vrije tijd ben ik namelijk nogal asociaal. Daarmee bedoel ik niet dat je mij tegen huizen zal zien plassen, of dat ik oude vrouwtjes omver duw bij de kassa om voor te piepen. Nee, ik ga gewoon niet graag sociale interactie aan wanneer ik met mijn honden op pad ben. Het is één van mijn meest kostbare momenten om mijn hoofd leeg te kieperen na een drukke werk dag en chit chat past daar niet helemaal bij. Daarbij komt ook nog eens dat ik een hond bezit die hier precies hetzelfde over denkt. Memphis is een fantastische hond en kan prachtig mooi spelen en omgaan met alle geslachten en rassen, maar niet op onbekend terrein. Na veel trainen kan hij passerende honden negeren, maar drukke (met name grote) honden die op hem afstormen kunnen een luid blafsalvo verwachten. Hoewel ik prima kan onderbouwen wat zijn geblaf betekent in combinatie met zijn lichaamshouding, voel ik totaal niet de behoefte om dit aan de eigenaar van de uitgekafferde hond uit te leggen. Het is voor veel mensen niet niks, zo’n groot zwart veulen dat zijn stembanden opzet. Dat snap ik heel goed. En hoewel Memphis dus is geleerd andere honden te negeren, kun je nou eenmaal nooit voorkomen dat er een harige vierpoter op hem af komt lopen. Het geeft Memphis daarbij veel stress om in zo’n situatie terecht te komen en dat wil ik hem niet bewust aan doen, zeker niet omdat ik dus een eigen terrein heb waar hij vijf dagen in de week met allerlei soortgenoten speelt via mijn kleine uitlaatservice. Nou is het trouwens absoluut niet zo dat mijn honden dus alleen maar op dat terrein komen. In de omgeving hier zijn een paar hele fijne plekken waar ik graag met mijn jongens heen ga en waar ik niemand tegen kom. Dit zijn plekken die veelal niet als park worden aangeduid en waar je vaak met de auto heen moet en niet zomaar lopend kan komen. Maar op die bewuste vrijdag koos ik dus wel voor een ‘echt’ park.

Rugtas vol met tennisballen en hop, op weg naar het park. Ik koos wel voor een park met veel overzicht, zodat ik in ieder geval snel zag wanneer er honden uit de categorie ‘Memphis trekt dit slecht’ aan zouden komen lopen. De eerste tien minuten verliepen heerlijk. Mem en Pax genoten wel echt zichtbaar van alle nieuwe geuren en het pas gemaaide gras. Al snel dook er achter een klein heuveltje een middel grote hond op, die nieuwsgierig naar ons toeliep. Memphis merkte hem op, blafte een paar keer maar kwam direct weer naar mij zoals hem is geleerd. De hond kwispelde vriendelijk en liep terug naar zijn baasje. Hij had door dat dit geen speelkameraadjes voor hem waren en respecteerde dat: heerlijk! Ik zwaaide naar zijn baas en zij terug naar mij. So far so good.

Vrijwel direct doken er 3 Rottweilers met een groepje mensen achter ons op. Mijn Memphis-trekt-dit-niet-rader ging direct af. Groot, robuust en stoer.. oftewel zijn grootste nachtmerrie. Ik riep hem bij en lijnde hem aan. De Rotti’s bleven echter voor de uitgang van het padje waar ik was ingelopen staan en dus zag ik geen andere mogelijkheid dan door het riet, langs de sloot, van ze weg te lopen. Natuurlijk had ik ook kunnen vragen of de baasjes wat ruimte wilde maken, maar dan zouden de honden ons hebben opgemerkt en wellicht interessant genoeg hadden bevonden om even bij te gaan kijken. Dus koos ik voor de (soort van) makkelijkste weg en wurmde mij door de dikke rietstengels en brandnetels. Mijn goede humeur door Mem’s ontmoeting met de middelgrote hond verdween als sneeuw voor de zon en vloekte openlijk over mijn ongewilde safari door het riet. Ik baalde dat ik was gegaan. Een gevoel dat binnen 10 minuten kracht bijgezet zou gaan worden door mijn volgende Memphis-hond ontmoeting.

Ik was nog maar net terug op het wandelpad toen ik in de verte twee zwarte honden zag aankomen, gevolgd door een groepje mensen. Ik zag direct dat het iets van retrievers moesten zijn en wist dat Pax daar gegarandeerd een aantrekkingskracht op zou hebben. Retriever naar retriever is namelijk altijd feest. Althans, ik heb nog geen andere ervaringen in ieder geval. Memphis zat nog aan de lijn. Ik besloot een stukje op het pad terug te lopen, om zo via een grasweggetje rond de retrievers te kunnen lopen. Die weg zou namelijk weer uitkomen bij de uitgang van het park. In de verte hoorde ik een reeks fluitsignalen snel achter elkaar. Dat betekent doorgaans maar één ding: er wordt een hond terug gefloten, maar deze is niet van plan om te komen. En ja hoor, daar was retriever nummer één, op een kleine 20 meter afstand. Pax was al onderweg om kennis te gaan maken. Meer dan even buurten doet hij nooit, dus liep ik met Memphis alvast verder het gras pad op. Pax zou wel volgen. Zo verliep het ook. Echter, had Pax zijn bal laten vallen, welke weer door de retriever was opgepakt en terug was gebracht naar zijn baas. Prima, dacht ik, ik had immers een tas vol. Maar toen gebeurde iets wat ik alleen maar onder de noemer ‘zeer beleefd maar een beetje dom’ kan scharen. De baas pakte de hond bij de halsband en haalde de bal uit zijn bek. Terwijl ze de hond nog bij zijn halsband had liep ze mijn kant op. Ik liep direct sneller door om duidelijk te maken dat ik niet haar hond bij mijn aangelijnde snuiter wilde hebben. Dit beantwoordde zij door zelf ook sneller te gaan lopen, terwijl ze de bal in de lucht heen en weer bewoog.

‘Laat maar!’ riep ik. ‘Die mag hij houden hoor, ik heb er genoeg’. Ze bleef lopen. Vijftien meter, twaalf meter, tien meter.. Ik wilde doorlopen maar zag tot mijn grote schrik dat er aan het begin van het gras pad zich een groepje border collies had verzameld, die ronduit verlekkerd naar de tennisbal keken. Collies aan de ene kant, retriever met baas aan de andere kant. Ik was ingesloten. Ik haalde de zak kaas uit mijn tas en besloot Memphis hierdoor heen te loodsen met de enige manier waarop dit nog zou werken.. Kaas. Inmiddels was de retriever-vrouw tot bijna twee meter ingelopen en toen gebeurde waar ik bang voor was. Ze rolde de bal richting ons maar liet daarbij tegelijk haar hond los. Memphis zag de bal, wilde deze pakken, maar werd direct overdonderd door de retriever die in volle vaart ook achter de bal aan ging. Met een dance move waar het nationaal ballet jaloers op zou zijn draaide ik mij tussen de twee honden en schopte de bal weg, Memphis nog steeds aan de lijn. Hij viel wel uit, maar ik had een botsing tussen beide kunnen voorkomen. ‘Hij trekt dit echt niet mevrouw, daarom zit hij ook aan de lijn’. Ze haalde haar schouders op en liep de andere kant op, wederom met haar hond bij de halsband gepakt. De collies waren trouwens inmiddels wel met succes terug gefloten door hun baas.

Eenmaal in mijn auto kon ik niet anders dan boos zijn op mijzelf. Allereerst was ik boos op de vrouw, wat ik tegelijk ook weer zielig vond. Ze had het echt niet slecht bedoeld. Ze wilde gewoon terug geven wat haar hond had gepakt. Maar vooral omdat ik gevallen was voor één van de grootste valkuilen van hondenbaasjes. Namelijk zelf invullen wat mijn hond leuk moet vinden. Ik doe Memphis helemaal geen lol door hem mee te nemen naar een druk park. Hij is zielsgelukkig met ‘zijn’ veld waar alle regels duidelijk en voorspelbaar zijn. Hij had nu weer de kans gezien om uit te vallen, iets wat al tijden niet meer voorkwam. Ik kon alleen maar hopen dat hij zijn eenmalige succeservaring (de vrouw liep immers gelijk weg en dus had voor hem het uitvallen effect) geen stappen terug in onze training zou betekenen.

Uit dit verhaal kunnen we twee dingen leren. Allereerst dat veel mensen nog niet weten dat een hond aan de lijn vrijwel altijd betekent dat de baas niet wilt dat er andere honden bij komen. Eindeloze discussies levert dit in parken op, maar het feit blijft dat iedereen recht heeft om ergens met zijn of haar hond aan de lijn te lopen, ook al is het terrein bedoeld als losloopzone. Jouw hond los laten lopen betekent namelijk automatisch dat jij aangeeft controle te hebben over het gedrag van jouw hond en hem terug te kunnen roepen wanneer er vervelende of zelfs gevaarlijke situaties dreigen te ontstaan. De tweede les is dat wij als mensen vaak een interpretatie geven van wat fijn is voor onze hond. Vaak krijg ik baasjes op cursus die hun hond willen leren om te spelen met andere honden. Dit is echter niet een trucje die je kunt aanleren en daarnaast geeft een hond zelf al heel snel aan of hij gediend is van interactie met soortgenoten. Een hond die lol ervaart van spelen met andere honden zal dit uit zichzelf wel opzoeken. Uiteraard zijn er gevallen van honden die bijvoorbeeld gebeten zijn en daardoor nu contact mijden, terwijl dit hiervoor nooit een probleem was. In sommige van die situaties valt er zeker nog winst te behalen. Echter, zijn er ook honden waarbij je gewoon de conclusie kan trekken dat omgaan met vreemde soortgenoten geen lolletje voor ze is en het ook nooit gaat worden. Respecteer dit en zoek samen naar wat jouw hond wél leuk vindt. Dit geeft veel meer positieve energie dan eindeloos trekken aan een dood paard.

Column Hondsbrutaal: Snaterbek

Wekelijks schrijvende viervoeters Pax (labrador) en Memphis (herder kruising) om de beurt een column over wat hen bezighoudt in hondenland. Deze week Memphis.

Wanneer je een tijdje met iemand omgaat ontwikkelen zich wel eens bijnamen. Som één, soms meerdere. Mensen-maat vrouw en mensen-maat man hebben er voor elkaar een hele berg, waar ik meestal niks van snap. Ikzelf noem ze altijd ‘handjes’. Simpelweg omdat ze die hebben en daar makkelijk voerverpakkingen en vleesblikken mee kunnen openmaken. Mij is de bijnaam ‘snaterbek’ toebedeeld. Inmiddels heb ik de link tussen de bijnaam en de reden waarom ik deze verkregen heb wel gelegd..

Ik was nog een schattig klein pupje toen ik al leerde wat ik kon bereiken met het opzetten van mijn prachtige stemgeluid. Niet bij de mensen maten helaas. Dat heb ik wel geprobeerd, maar mijn monologen leverden niet het gewenste effect op. Ik mocht niet uit de bench, ik kreeg niet het speeltje dat op de kast lag en ik kreeg al helemaal niet sneller mijn voer. Nee, het effect zat hem in mijn omgeving. Kijk, ik ben gewoon geen social-talker. Die labrador bij ons in huis wel, die blijft het liefst bij elke gelegenheid staan om optimaal rendement te halen uit een onverwachte ontmoeting met vreemde mensen-maten. Ik ben gewoon niet zo. Ik bemoei mij met mijn eigen zaken en vind stiekem dat anderen dat vooral ook zouden moeten doen. Geen probleem, zou je zeggen. Alleen weet ik inmiddels dat ik nogal knap ben. Althans, menig mensen-maat vindt mij leuk om mijn lieve, schattige scheve oren. Ze slaken dan een opgewekt kreetje en bewegen gretig hun handen richting mijn kop. Kennen jullie dat liedje van MC Hammer? Dat gaat er dan door mijn hoofd. Tu du-du-du: CAN’T TOUCH THIS! En met het volume van een volwassen leeuw blaf ik van mij af. Schot in de roos, want de meesten springen met dezelfde snelheid weer terug en lopen verontwaardig door. Vaak nog wat mompelend richting mijn mensen-maat. Inmiddels gebeurt dit overigens niet meer zo veel hoor. Mensen-maat kent mij van haver tot gort en als zij ziet dat er weer een fan van mij kennis wilt komen maken, laat zij mij keurig zitten en als ik dan besluit mijn liefelijke mondje te houden word ik daar uitvoerig voor beloond.

Daar zijn we in mijn vroege jeugd al snel mee begonnen, kennelijk voorzag mensen-maat dat dit wel eens een ding kon gaan worden. Na mijn eerste W.G.M. (weg-geblafte-mensen), voelde ik mij zó goed, dat ik dit gedrag maar wat graag wilde herhalen. Bij de auto, bij de winkels, bij de ingang van ons huis.. Daar over gesproken trouwens: blaffen bij de deur doe ik niet persé omdat ik iemand wil wegjagen. Nee dat gaat wat dieper. Alsof ik de mensen-maten attent wil maken op mogelijk gevaar. Gelukkig snapte ze dat al vrij snel, want als ik met mijn super scherpe (en scheve) oren weer een mogelijke dreiging heb gespot en daar de rest van mijn clan op attent maak, zegt mensen-maat altijd geruststellend: ‘dankjewel Memphis, we hebben het gehoord’. Heerlijk vind ik dat. Taak volbracht en de rest lossen ze dan zelf maar op. Moet er niet aan denken om zelf een mogelijke inbreker te lijf te gaan. Hou op zeg, ik ben veel te knap voor eventuele verwondingen en daarnaast ben ik de belichaming van het bekende spreekwoord ‘blaffende honden bijten niet’.

Blafgedrag van honden is voor veel eigenaren een grote bron van ergernis. Het kan als een verschrikkelijke opgave voelen om hier goed mee om te gaan, zeker wanneer je al van alles hebt geprobeerd om het tegen te gaan. In de basis blaffen honden voornamelijk om met ons, de mens, te communiceren. Immers, kunnen wolven niet blaffen en behoort blaffen ook niet tot hun onderlinge communicatie methodes. Dit heeft zich bij de tam-geworden wolf (later dus de hond) pas ontwikkeld in hun samenleven met ons. Wanneer je dit weet, kun je hier als baas zeker je voordeel mee doen. In het geval van blaffen bij de bel en/of voorbijgangers, zijn wij simpelweg Memphis gaan belonen voor het feit dat hij ons er op attent maakt dat er eventuele ‘indringers’ voorbij komen. Memphis is een halve herder en dus bij uitstek gemaakt om te waken. Wanneer hij het idee heeft dat zijn taak daarbij is volbracht, heeft hij geen drang meer om verder te blaffen. Hierbij speelt belonen een belangrijke rol. Wij hebben hem, nadat hij stil was, ook direct beloont en daar het woordje ‘stil’ aangekoppeld. Wanneer hij dan toch ergens zijn stem wilt laten horen, kunnen wij hem nu gemakkelijk stil krijgen door het woordje ‘stil’ te benoemen. Blaffen is voor veel honden overigens wel zelfbelonend gedrag (gedrag dat de hond een fijn gevoel geeft, zonder dat er een actie aan gekoppeld zit) en zal vaak nooit vanzelf minder worden. Loop jij echt tegen blaf-gedrag aan? Zoek dan hulp via een gediplomeerd trainer en/of gedragstherapeut via http://honden-gedragstherapie.nl/.

Oh glorious Austria

Er waren eens twee honden die op vakantie gingen in Oostenrijk

‘Oh, Labradori!’ Het meisje dat helpt tijdens het ontbijt in ons pension grijst breed toen ze hoorde over onze reisgenoten. ‘Wil je ze begroeten?’ vraag ik. Dat laat ze zich geen twee keer zeggen en dartelt richting de gang. ‘Niet schrikken, de jongste zal een beetje..’ Ik moet even diep graven wat het Duitse woord voor ‘blaffen’ is. ‘Bellen’. Ze haalt haar schouders op. ‘Bijten ze? Ze vraagt het niet angstig. In tegendeel zelfs. Er zit een beetje onverschilligheid in haar vraag. Zo van, ja honden kunnen bijten, maar het is wel handig om dat van te voren te weten. Ik schud van nee en open de deur.

Oostenrijk. Het eerste waar ik aan denk wanneer er vakantieplannen gemaakt worden. Ook het laatste trouwens, want vrijwel altijd gaat de reis die kant op. Dat wil zeggen, de keren dat wij geweest zijn de afgelopen jaren. Vol overgave een bedrijfje opzetten met eigen geld betekende in ons geval een paar zomers genieten van Hollandse druilerigheid. Van achter ons eigen keukenraam that is. Niet erg, maar toen er dit jaar wel gelegenheid was om naar het land van kaiserschmarrn en Schnapps te gaan wist ik niet hoe snel ik mijn koffers vol moest gooien. Na een reis van talloze wegopbrekingen, overvolle stopplaatsen en één verkeersboete (voor zeven KM te hard), liep ik als een pas geboren veulen te dartelen in een vredig dorpje in Tirol. Op de achtergrond vrolijk klingelende koeienbellen, kneiter schone lucht en bergtoppen zover als mijn oog rijkt. Ja beste mensen, zoet sappiger ga je het niet krijgen, maar een minder glazuur brekende omschrijving kan ik niet formuleren. In mijn hoofd draait ‘mijn’ aflevering van ‘Ik vertek’ al rondjes. ‘Ja we dachten dat we alle vergunningen wel rond hadden, maar nu horen we dat je dus helemaal geen hondenpension naast een Oostenrijkse kerk mag bouwen…’ Dat idee.

Eén van de belangrijkste redenen dat wij zo graag naar dit land gaan is de manier waarop er met honden wordt omgegaan. Naast het feit dat je geen kilometer kan lopen zonder minimaal tien keer vriendelijk toegelachen te zijn voor het simpele feit dat je met twee honden loopt, wordt er ook nergens moeilijk gedaan wanneer je met een paar harige poten (die van de honden bedoel ik dan he, niet die van ons) een terras opstapt. Een belangrijke toevoeging daarop is dat ze daarbij de hond gewoon laten zijn. Ze bewonderen van een afstand, maar denken er niet aan om direct met twee armen over jouw viervoeter heen te gaan hangen. Bijzonder prettig, gezien mijn jongste exemplaar daar een gigantische weerzin van heeft. Ik denk dat één van de belangrijkste oorzaken ligt in het feit dat in veel landen (niet alleen Oostenrijk) de hond nog steeds vooral voor bewaking worden gehouden. In ieder geval wel in de kleinere berg dorpen. Als je gebeten wordt zal je het er wel naar gemaakt hebben, dat idee. Hoe anders is onze instelling in Nederland vaak. Soms denk ik wel eens dat elke hond een maatschappelijk bezit is. Je moet er maar aan mogen zitten. En als hij dan snauwt of (erger nog) hapt, is het een rot hond, ben jij een rot buur, wordt er een Facebook bericht aan je gewijd, 112 gebeld en een rechtzaak tegen je begonnen. Goed, ik overdrijf graag wat, maar tot aan het Facebook bericht zit ik over het algemeen aardig in de buurt. Toen ik pas op mijn huidige woonadres kwam wonen weet ik zeker dat ik een hoop wenkbrauwen heb doen fronzen, omdat ik structureel aangaf het niet fijn te vinden dat iedereen zomaar op mijn honden zou duiken. Had ik daar een reden voor? Ja. Moet ik er een reden voor hebben? Nee, zeer zeker niet.

Laat ik wel even duidelijk onderstrepen dat het natuurlijk niet iemand zijn eigen schuld is als er een bijtincident plaats vindt (meestal dan). Evenals dat ik agressie bij honden natuurlijk niet acceptabel vindt in onze maatschappij. Daar gaat dit verhaal niet over. Het gaat over rekening houden met elkaar. Zelf een stapje opzij doen om niet tegen elkaar op de botsen. Letterlijk en figuurlijk. In de bergen gaat het vanzelf. Een fietser belt even om zijn passeren aan jou duidelijk te maken. Wij staan stil en laten onze honden wachten, de fietser kan er zonder problemen langs. ‘Gruss Gott’ klinkt het vriendelijk en de fietser gaat ons zonder problemen voorbij. ‘Gruss Gott.. zitten we al zo hoog?’ zou mijn vader dan zeggen en vervolgens keihard om zijn eigen grap gaan lachen. Gekke pa.

Met lood in onze schoenen stappen we in de auto om onze, met frisse lucht doordrenkte, lichamen weer richting Nederland te sturen. Op de terug weg eveneens een berg wegopbrekingen, alternatieve routes die ons door oud-Duitse dorpjes voeren en overvolle stops. Voor zover bekend nog geen boete, maar ik zal de brievenbus angstvallig in de gaten houden. Moe stap ik thuis uit de auto en loop met Memphis en Pax nog een kort rondje langs het fietspad voor we naar binnen gaan. ‘Kijk uit je doppen, trut’ hoor ik achter mij. Met een noodvaart komt een wielrenner voorbij gesjeest. Welkom thuis.

Een vakantie geeft veel mensen nieuwe inzichten. Bij mij was het dit jaar opeens duidelijk dat ik de manier waarop wij, in ieder geval in de randstad, met elkaar omgaan niet altijd fijn vindt. Veel cursisten klagen over vervelende confrontaties bij het uitlaten van hun hond. Rekening houden met elkaar lijkt vrijwel direct plaats te maken voor getier en gescheld. De hond aanlijnen wanneer er een soortgenoot aan de lijn voorbij komt is eerder uitzondering dan regel. In plaats daarvan moet jij daar maar niet met een aangelijnde hond gaan lopen. Natuurlijk is het niet zo dat we helemaal geen omgangsnormen meer kennen. Maar ik durf voorzichtig te zeggen dat we soms wel wat meer ‘Oostenrijk’ kunnen gebruiken. Zullen we bij deze afspreken weer een beetje liever voor elkaar te worden?

Column Hondsbrutaal: Grenzeloos

Wekelijks schrijvende viervoeters Pax (labrador) en Memphis (herder kruising) om de beurt een column over wat hen bezighoudt in hondenland.  Zij zijn echter op vakantie en dus neemt kruising Spot het deze week over.

Dag allemaal!

Mijn naam is Spot en deze week mag ik een gastblog schrijven op de website van Pax en Memphis. Hoewel ik nog niet zo beroemd ben, ben ik wel een hele coole hond. De eerste twee maanden van mijn leven heb ik namelijk doorgebracht op de straten van Ecuador. Mijn vrouwtje heeft me daar gevonden, helemaal opgelapt en na een paar maanden meegenomen naar Nederland. Na dertien uur stapte ik uit het vliegtuig. Piece-of-cake!

Hoe flink ik daadwerkelijk ben, bleek twee maanden terug. Al een tijdje voelden mijn sprintjes anders dan anders. Mijn mensen maten namen mij mee naar de dokter en daar bleken mijn knieschijven niet óp maar naast mijn knieën te zitten. Tja, toen zag ik de bui al hangen: twee operaties met twee keer zes weken rust. Echt helemaal niks voor mij.

Na de eerste operatie voelde ik me ineens toch zo stoer niet meer. Liggen, zitten, eten; niks was echt comfortabel en de wereld leek wel een draaimolen. Twee dagen was ik echt heel sneu. Te gênant voor woorden. Ik werd zelfs over straat gedragen. Maar goed…dat kon niet anders. Toch ontdekte ik al snel dat er ook heel veel voordelen zitten aan zielig zijn. Mijn mensen maten weken geen moment van mijn zijde, tweemaal per dag kip & bacon en alle regels verdwenen als sneeuw voor de zon. Kijk, now we’re talking! Inmiddels was ik in de veronderstelling de prins des huizes te zijn en was dan ook zwáár verontwaardigd toen mijn mensen maten een weekje op vakantie gingen. Ze lieten mij gewoon achter bij de ouders van mijn mensen maten, opa en oma…. Echt geen stijl! Al snel kwam ik echter er achter dat mijn sippe smoeltje zelfs nog beter werkte dan bij mijn eigen maten. Opa bakte iedere dag kip voor me en voerde het me zelfs uit de hand. Jep, dit leventje beviel mij eigenlijk wel!

Toch begon het op een gegeven moment te knagen. Hoe langer ik erover nadacht, hoe vreemder ik het vond. Waarom hoefde ik me eigenlijk niet meer aan al die regels te houden? Er zou toch niks ergs gaan gebeuren? En mijn mensen maten… daar keek ik altijd heel erg tegenop. Nu leek het echter wel alsof ik alles zelf moest bepalen. Ik had geen idee wat ik met al die vrijheden aan moest. Zouden ze echt niks meer van mij verwachten? Volgens mij vonden ze het trouwens zelf ook niet zo fijn. Ik had in ieder geval niet het idee dat ze zich echt ontspannen door me mee lieten trekken tijdens het wandelen.

Na vijf weken begon ik me echt grote zorgen te maken. Ik schrok snel en begon te bibberen als ik naar een nieuwe plek ging. Gelukkig zagen mijn mensen maten toen ook in dat we met zijn allen een beetje waren doorgeslagen. Eergisteren hoorde ik ze praten. Ze waren een lijstje aan het maken met regels voor mij. Nu moet ik weer braaf gaan zitten als ik mijn halsband om krijg of we de straat oversteken. Ik heb niet eens geprotesteerd. Heerlijk die duidelijkheid!

Maandag wordt mijn tweede knie door de dokter onder handen genomen. Natuurlijk word ik dan weer een paar dagen vet verwend en vertroeteld. Ik weet zeker dat mijn mensenvrienden me helpen om me er naast lichamelijk nu ook mentaal goed doorheen te slaan.

Honden hebben veel baat bij structuur, grenzen en heldere regels. Als een hond iets vervelends meemaakt, zijn we geneigd deze ineens overboord te gooien. We willen alleen nog maar vertroetelen en verzorgen. We realiseren ons niet dat dit juist heel verwarrend voor de hond is. Hij heeft net iets heftigs meegemaakt en nu is ook zijn vertrouwde omgeving ineens anders. Soms kan dit tot angst of baldadigheid leiden. Juist in onzekere tijden heeft een hond behoefde aan duidelijkheid. Kijk daarom welke regels en routines je ondanks ziekte en/of herstel wél door kunt zetten. Een week na een knie operatie is het bijvoorbeeld absoluut niet haalbaar om de hond steeds te laten zitten alvorens de voerbak neer te zetten. Een ‘touch’ met de neus tegen jouw hand kan echter wel. Of nog minder fysiek: vraag je hond een ‘kijk’. Door zo min mogelijk in het normale leven te veranderen, help je je hond mentaal door de lastige periode heen. Uiteraard vergezeld van heel veel knuffels en liefde.