Feyenoord

‘Pottedikeme.. wat zijn ze daar nu aan het doen?’ Mijn moeder drukt nog net niet haar neus tegen het glas van de serre ruit. ‘Hmm, wat is er?’ De toon van haar stem maakt mij los van het verhaal dat ik uit de regio krant aan het lezen ben. ‘Het wordt ook steeds gekker hier. Moet je nu kijken Hans’. Ze wenkt mijn vader. ‘Shar, ze hangen tegen je auto aan’. Tegen mijn auto aan? Ik leg het verhaal van Boer Frans over zijn energiezuinige koeienstallen naast mij neer en loop naar de serre ruit. ‘Pottedikkeme’ herhaal ik mijn moeder.

Vanaf een kleine vijftien meter hoogte kijken drie paar ogen vanaf een appartement neer op een nieuwe Peugeot Partner, die zojuist ‘vriendjes’ is geworden met vier in het zwart gehulde gestaltes. Twee van de gestaltes leunen tegen de motor kap, een derde parkeert zijn fiets tegen de zijkant. Langzaam verandert de inhoud van mijn maag zich in kokend hete lava, dat bijna een vulkaanuitbarsting in mij teweeg brengt. Wat doen die snotapen tegen mijn bus? ‘Zal ik de wijkagent bellen? Vraagt mijn vader. ‘Die kent die gasten en kan ze wel toespreken’. ‘Nee hoor pa, ik heb een beter idee’. Ik ruk mijn blik los van het raam en been woedend naar de hal, waar ik mijn jas van de kapstok trek. Vanuit de woonkamer hoor ik met een dof geluid twee hondenpootjes op de houten vloer neerkomen, even later gevolgd door de andere twee. Ik weet dat Pax, na het horen van mijn jas, zich zojuist in slowmotion van de hocker heeft laten glijden en zich nu traag richting de deur begeeft. Vrouwtje plus jas is naar buiten (iets met Pavlov). ‘Ja goed plan, ga jij ook maar mee’. Ik klik de musketon haak aan zijn halsband en stap samen met Memphis (die in tegenstelling tot Pax in turbo snelheid richting de deur was gelopen) de gang van de vijfde verdieping op. De lift staat, alsof het afgesproken is, al klaar. ‘Moet ik met je mee?’ Hoor ik mijn vader nog zeggen, maar de deuren van de lift sluiten zich al en ik zak samen met de honden richting begane grond.

Terwijl de lift zich verplaatst vraag ik mij opeens af hoeveel Facebook vrienden Pax en Memphis zouden hebben als ze mensen waren. Pax waarschijnlijk heel veel, die vindt iedereen leuk en houdt wel van contact. Memphis zal waarschijnlijk een selectieve Facebooker zijn, alleen als hij je een paar keer persoonlijk gesproken hebt wordt je geaccepteerd. De buurjongen die soms wel en soms niet hallo zegt zou er niet op komen.. Ik zucht diep. Mijn geest blijft een bijzonder fenomeen..

De lucht is koud voor de tijd van het jaar. De wind zwiept venijnig in mijn gezicht, wat er voor zorgt dat mijn ergste woede wat afneemt. Ik steek de straat over en loop richting mijn auto. Eenmaal bij mijn bus aangekomen kuch ik overdreven hard. De jongens staan er nog en lijken mij niet op te merken. Ik kuch nog eens, maar wederom geen reactie. ‘Pardon heren’. Ik onderdruk de moeite om ze in het plat Rotterdams aan te spreken. Eén van de motorkap-hangers draait zich nonchalant naar mij om en kijkt mij arrogant aan. ‘Wat?’ bitst hij. ‘Zouden jullie zo vriendelijk willen zijn mijn auto niet als lounge bank te gebruiken’? De jongen doet zijn mond open, waarschijnlijk om mij eens haarfijn te vertellen dat hij dat zelf wel bepaald, maar sluit deze vervolgens snel. Hij kijkt met grote ogen naar mijn twee viervoeters. Mooi, de reactie waar ik op had gehoopt. Zijn maat, die naast hem tegen de motorkap leunt draait zich in onze richting om te kijken waarom zijn vriend het gesprek is gestopt. ‘Mem’ mompel ik voor de jongens onhoorbaar, maar voor hem luid en duidelijk ‘Feyenoord’. Memphis kijkt mij met grote pret ogen aan. Bijna alsof hij wilt zeggen ‘Echt!? Mag ik nu!?’. ‘Feyenoord’ zeg ik nogmaals. En zonder te veel tijd te verspillen trekt Memphis zijn grote honden bek open en begint keihard te blaffen.

De jongens vliegen alsof gebeten door een wesp omhoog. Memphis blaft ondertussen vrolijk door, nog steeds een beetje van zijn stuk dat hij zo midden op straat zijn honden-gezang mag laten horen. ‘Excuus mevrouw’. Stamelt de jongen. ‘Geen probleem knul’, bijt ik hem cynisch toe ‘vergeet je fiets niet’.

Als een topatleet die net een belangrijke wedstrijd heeft gewonnen loop ik triomfantelijk terug naar het huis van mijn ouders. Nooit geweten dat het commando ‘Feyenoord’ nog eens van pas zou komen.

Uiteraard is het niet de bedoeling om jouw hond te gebruiken om andere de stuipen op het lijf te jagen. Integendeel, maar in deze situatie was het toch behoorlijk handig. Zonder een grote scheldpartij was de situatie opgelost. Natuurlijk kwam Memphis, een grote zwarte hond, bedreigend voor de jongens over. Wie echter verstand heeft van hondengedrag had direct gezien dat zijn bijdrage voor hem één groot feest was. Breed zwierende kwispel en bijna dansende pootjes van de pret. Hij leek bijna te snappen dat hij mij een dienst bewees. En waarom ‘Feyenoord’ zal je denken? Wonend op Rotterdam Zuid en met het recente landskampioenschap van Feyenoord achter ons, was dat commando snel aangeleerd.

 

 

 

Waar is Hippie?

Snel. Niet omkijken. Een geluid. Wat was dat? Maakt niet uit, rennen en niet stoppen. Gerommel, gebonk, gepiep. Niet stoppen, alleen maar door gaan. Een vriendelijk geluid tegen mij, maar ik vertrouw het niet. Weer rennen. Rennen tot ik niet meer kan. Ik ben bang, doodsbang.

Hoewel Social Media wat mij betreft niet zaligmakend is, zijn er een paar zaken waar het enorm goed voor ingezet kan worden. Eén daarvan is het snel verspreiden van informatie in geval van nood. Om die reden volg ik verschillende pagina’s waar mensen hun zoekgeraakte dier als vermist op kunnen geven. Meestal scrol ik hier langs, te ver uit de buurt om van dienst te kunnen zijn. Maar dan valt mijn oog opeens op een bericht dat uit mijn woonomgeving komt. Ontsnapt uit een tuin. Erg angstig, niet of slecht te benaderen. Direct contact persoon bellen als de hond gezien wordt. Hij hield zich op dat moment op rondom een aantal snelwegen. Mijn maag voelt raar bij het lezen. Een angstig dier in de buurt van een snelweg. Je moet er toch niet aandenken. Helaas het lot wat vele dieren per jaar treft. Ik ben op dat moment niet in de buurt om te helpen zoeken maar volg de berichtgeving. Ik ken de contactpersoon. Zij heeft mijn hond een keer geopereerd. Het raakt mij. Want hoe ik mij in die tijd voelde rondom mijn eigen hond, ervaart zij nu. De angst om een dierbare kwijt te raken. Volledig overgeleverd aan het lot. Gelukkig lees ik na een aantal dagen het bericht dat de hond is gevonden. Ik denk niet meer aan het verhaal tot ik via mijn eigen social media kanaal een win-actie uitzet. Opzoek naar mooie hondenverhalen, komt mij het bovenstaande verhaal onder ogen. Ronduit bijzonder en zeker uit de categorie ‘mooi wat honden doen’. Een verhaal het delen waard. Hieronder het verhaal van Esther.

Ik heb drie honden van mezelf, Mauro, Splinter en Fenne. Daarnaast heb ik al zo’n vijf jaar met enige regelmaat een pleeghondje in huis. Dit zijn vaak honden met een rugzakje die bij mij (gere)socialiseerd worden en waar we daarna een goed baasje voor zoeken. Mijn eigen honden vinden dat eigenlijk altijd prima. Mauro is de papa van mijn roedel waarbij de meeste hondjes steun en vertrouwen zoeken, Fenne is de benjamin die alles aan het spelen krijgt en Splinter heeft meestal zoiets van als ze mij met rust laten en mijn ding laten doen vind ik het prima. Hij zal niet lelijk doen ofzo, maar is erg op zichzelf en toont vaak weinig emoties.

Vorig jaar oktober had ik Hippie in de opvang. Een lieve zachtaardige reu met een behoorlijke rugzak. Hij had zijn hele leven in het asiel gezeten en door een gebrek aan socialisatie en een natuurlijke verlegenheid was hij behoorlijk angstig voor vreemde mensen en harde geluiden.

In de weken dat hij bij mij was maakte hij grote sprongen. Ik had zijn vertrouwen gewonnen, kon alles met hem en hij begon steeds meer en meer te ontspannen, ook buiten. Omdat ik op een gegeven moment met vakantie zou gaan en hij uit logeren moest, ging hij op een zaterdagavond een avondje proeflogeren bij een vriendin. Wat een avondje van huis zou zijn, werden twee slapeloze nachten. Hippie was daar uit de tuin ontsnapt en liep nu door een wijk die hij helemaal niet kende. Hippie die bang was van alles en iedereen en die nu helemaal in paniek was.

De hele zondag lopen zoeken, wel gevonden, maar nog steeds helemaal in paniekmodus en daardoor niet te bereiken en te pakken te krijgen. Op zondagavond heb ik in het gebied waar hij zich bevond een voerplek gemaakt, met een geurtje van thuis en wat heel lekker voer, in de hoop zijn vertrouwen daar mee te kunnen winnen.

Maandagochtend ben ik in alle vroegte samen met splinter de voerplek gaan controleren. Helaas, al het eten lag er nog, geen verse hondenpootjes in de buurt en Splinter gaf geen enkel signaal, die was alleen maar bezig met de haasjes die hij zag lopen.

Daarop besloot ik samen met Splinter toch nog even een rondje te lopen en de andere kant van het gebied te controleren. Op een bepaald moment ging Splinter zijn neus ineens aan de grond en ging hij als een volleerde speurhond al zigzaggend ergens achteraan. Splinter is een windhond, die gebruikt voornamelijk zijn ogen om ergens op te jagen, dus dit was helemaal vreemd voor hem. Ook had hij toen nog geen enkele speurervaring, ik had het nooit gestimuleerd om iets met zijn neus te doen. Dus dit was heel vreemd en ik besloot hem te volgen. Uiteindelijk hield hij stil bij een rietkraag en ging daar op ooghoogte staan turen. Hij weet dondersgoed dat hazen veel kleiner zijn en bij de grond zitten, dus ook dit was anders dan anders en ik besloot mijn gevoel te volgen en af te wachten. Tien minuten hebben we daar gestaan en er gebeurde helemaal niks. Uiteindelijk zag Splinter even verderop een haasje lopen en was zijn focus weer helemaal daarop. Dus ik dacht, t was toch niks, hij heeft me toch voor de gek gehouden, en ik spoor hem aan om mee te gaan. Precies op dat moment begint het riet op nog geen 5m van waar ik sta te ritselen en zit Hippie daar in riet. Al die tijd had hij waarschijnlijk al naar ons staan kijken.

Het heeft uiteindelijk nog zeker vijf minuten geduurd waarin hij besluiteloos in het riet bleef staan en af en toe heen en weer liep. Uiteindelijk kijkt hij naar splinter, maakt contact en dan breekt het ijs. Met een hele voorzichtige kwispel komt hij op splinter afgelopen en is de herkenning daar! Hij geeft zich over, totaal geen vluchtpogingen meer en ik lijn hem voorzichtig aan. Dan weet ik het zeker, de nachtmerrie is over! Heel gedwee loopt hij mee terug naar de auto en op dat moment komen bij mij alle emoties van de afgelopen dagen los en barst ik in huilen uit. En Splinter, mijn held… die was cool als altijd en alweer druk met de haasjes die daar in het ochtendgloren van hun ontbijt aan het genieten waren…

Hippie heeft uiteindelijk een super huisje gevonden in NoordHolland, op een boerderijtje in de middle of nowhere, bij een baasje die hem helemaal begrijpt.

En met Splinter ben ik speurlessen gaan volgen, al hoop ik dit nooit meer te hoeven meemaken. Inmiddels zijn we weer een aantal pleeghondjes verder en is hij nog even cool als altijd.

Er was eens een hond die te veel van eten hield

Het idee van deze verhalen blog kwam grotendeels voort uit alle mooie verhalen die ik over honden hoor. Om het spits af te bijten hieronder mijn eigen verhaal, over de belangrijke rol die mijn oudste hond heeft gespeeld tijdens een belangrijke fase in mijn leven. 

Ik zweef over een rijtje vreemd gevormde huizen die bijna Efteling-achtig aan doen. Op mijn ene schouder zit een duif en op de andere een konijn. Het moet een vreemd tafereel zijn voor de mensen die vanaf de grond naar mij kijken, maar geen vezel in mijn lijf lijkt deze situatie ongewoon te vinden. Door mijn lijf stroomt een heerlijk ontspannen gevoel, iets dat ik lang niet gevoeld heb. Lang duurt dit gevoel niet, want plots voel ik een enorme pijnscheut in mijn buik. Alsof iemand een vishaak achter mijn navel heeft vastgezet en mij daarmee naar de grond probeert te trekken. ‘Nee, stop’! Ik probeer te gillen, maar er komt geen geluid uit mijn mond. De daling gaat onverminderd door. Net als ik te pletter dreig te slaan op de straatstenen verschijnt er langzaam een vreemd uitgerekte vorm voor mijn ogen. De vorm maakt langzaam plaats voor de omtrek van het hoofd van Memphis, mijn jongste hond. Ik open mijn ogen en zie een reeks zeer herkenbare objecten. Ik lig op mijn rug op de vloer van mijn woonkamer. Mijn maag knort, ondanks dat ik misselijk ben, keihard. Het is hartje zomer maar ik heb het koud, ijs en ijs koud.

‘Ze werkt wat te hard. Vergeet daarbij vaak voor zichzelf te zorgen’. De toon in mijn moeders stem verraad dat ze graag over een ander onderwerp begint. Niet omdat ze zich voor mij schaamt, integendeel. Meer omdat ze mij niet in verlegenheid wilt brengen. Normaal zou ik mij ook doodergeren aan een gesprek dat over mij gaat terwijl ik er nota bene bij sta. Nu boeit het mij geen zak. Ik heb deze dag mijn energie nodig gehad voor mijn werk, alle andere zaken verwerk ik via overlevingsmodus: met zo min mogelijk kracht. We zitten aan tafel in een zaaltje waar we de verjaardag van een oom vieren. Mijn moeders gesprekspartner lijkt niet bevredigd met het antwoord dat ze heeft gekregen maar ze vraagt niet door. Mijn eetstoornis is, zoals de laatste tijd wel vaker, ‘the elephant in the room’. Leuke woordspeling trouwens. Ik voel mij opgelucht als Jordy aangeeft naar huis te willen. Het vooruitzicht om op bed te liggen is erg aantrekkelijk.

Die nacht word ik wakker van een geluid. Even verdenk ik Jordy ervan dat hij de W.C. aan het toetakelen is met een verstopper, maar al snel ik realiseer ik mij dat het geluid uit de bek van mijn hond komt. Pax staat, met zijn voor én achter poten breed uit elkaar, als een veulen dat net ter wereld gekomen is en moet leren opstaan. Met een kracht die vanuit zijn tenen lijkt te komen braakt hij het kleed onder. Het was geen braken zoals honden wel eens doen na het eten van gras. Wij wisten beiden dat er iets niet goed was, maar besloten na een gesprek met de dierenkliniek tot morgenochtend te wachten voor een consult. Het zou immers een infectie kunnen zijn..

Pax knapte na een injectie tegen het braken niet op en leek alleen maar zieker te worden. Uiteindelijk is hij in de avond geopereerd, omdat het vermoeden bestond dat er een obstructie in zijn darmen zat. Dat bleek te kloppen. Ons harige familielid bleek iets van straat opgegeten te hebben dat de doorgang in zijn darmen had afgesloten. Ik weet niet heel veel meer van de avond, alleen dat ik wel een stuk of tien keer tegen de dierenarts gezegd heb dat Pax zo iets echt nog nooit had gedaan. Ja het is een Labrador en heeft al een paar keer de kast open gemaakt en voerton geplunderd, maar hij is zeker niet van de categorie sokken en andere niet voor honden bedoelde attributen opeten. Iets wat wel veel in het ras voorkomt. Dat de dierenarts hier ook duidelijk ervaring mee had kon ik wel opmaken uit zijn reactie op mijn betoog. Ik weet ook niet waarom ik het zo belangrijk vond dat hij wist dat dit afwijkend gedrag is geweest van Pax. Misschien schaamde ik mij dat hij onder ons toeziend oog iets binnen had gekregen dat hem zo veel schade aan heeft gebracht. Dat ik zo bezig geweest was met mijn eigen wereld te controleren via eten dat ik geen oog meer had voor mijn omgeving…

Pax is uiteindelijk in twee weken tijd drie keer geopereerd. Tussen de tweede en de derde operatie zat ongeveer anderhalve week. Ik was in shock toen hij toch weer ontlasting begon te braken. Maar ik was helemaal lam geslagen toen de dierenarts mij belde dat de operatie een kleine kans van slagen had en we moesten afwachten hoe hij daarna zou herstellen. Na de eerste twee operaties was ik positief: hij ging niet dood. Zo’n jonge hond.. Maar na het telefoontje van de dierenarts na operatie drie heb ik bij mijn ouders op de grond liggen gillen van verdriet. Hij mocht niet dood gaan! Pax, mijn grote maat, mijn lieve hond. Waar je mee kan lezen en schrijven. Pax, die iedereen inpakt met zijn labrador-charme. Pax, wiens liefde voor eten hem bijna fataal werd. Hoe bizar was het contrast met mijn situatie.

Het is zondag rond het middag uur en we stappen voor de zoveelste keer de dierenkliniek binnen waar Pax nog ligt om te herstellen. Het voelt inmiddels alsof iemand een paar blokken beton aan mijn voeten heeft vastgelast. Bij letterlijk elke stap voel ik dat de energie uit mij getrokken wordt. Deprimerend stukje tekst, maar een mooiere beschrijving voor hoe ik er op dat moment aan toe was kan ik niet formuleren. Het klinkt misschien heel naar maar ik, en mijn omgeving, wisten niet of ik zelf de klap wel te boven zou komen als Pax zou komen te overlijden. ‘Het is maar een hond’ is een zin die ik nooit kan horen, maar op dat moment had ik waarschijnlijk dusdanig uit mijn pan geschoten dat ik momenteel nog minimaal aan mijn taakstraf bezig geweest zou zijn.

Aan de balie zit een vrolijke assistent. Ze weet waar we voor komen en verdwijnt naar achteren om Pax te halen. Al snel komt er een zeer opgewekte zwarte viervoeter door de klapdeuren. Hij begroet ons vrolijk en maakt direct van de gelegenheid gebruik om achter de balie de voerkast in te duiken. Ik ben nog nooit zo blij geweest om mijn hond ongehoorzaam gedrag te zien vertonen. Jordy lijnt hem aan en we maken buiten een wandeling. Het zonnetje schijnt en de warme stralen werken op ons allemaal als Red Bull. Wanneer we de kliniek weer in lopen, klaar om Pax weer terug te brengen, wacht de vrolijke assistent ons weer achter de balie op. ‘Ik heb goed nieuws hoor. Zojuist de dierenarts gebeld en Pax mag met jullie mee. Wel een teleurstelling voor zijn zoontje want die had zich zo verheugd om morgen nog even met Pax te mogen knuffelen. Hadden jullie nog extra voer nodig?’ Mijn hart maakt een drie dubbele looping van geluk. Het gaat goed, hij mag naar huis! En zonder er maar een seconde bij na te denken gris ik een chocolaatje van de balie en slik hem bijna zonder te kauwen door.

Op moment van schrijven zijn we ongeveer een jaar verder en heb ik na een jaar intensieve therapie een gezond gewicht bereikt. Mijn nagels breken niet om de havenklap en mijn haar is van doffe bos stro naar ‘goh ben je naar de kapper geweest’ gegaan. Ik heb in deze periode meer over mijzelf geleerd dan in de rest van mijn leven. Tijdens de heftigste periode van mijn eetstoornis is het mij gelukt om een mooie basis te leggen voor mijn bedrijf. Je kan zeggen wat je wilt, maar daar is wilskracht voor nodig en dat gegeven ga ik gebruiken om De Hondenkaravaan het mooie bedrijf te maken dat ik voor ogen heb. Alleen ditmaal met een gezonde toevoer van energie en niet op drie rijstwafels per dag. Terwijl ik dit verhaal aan het afronden ben ligt Pax op zijn rug naast mij. De lucht die hij momenteel produceert zal in het ziekenhuis gebruikt kunnen worden om mensen onder narcose te krijgen, maar ik vind het niet erg. Zijn darmen werken tenminste nog. Ik aai hem tevreden over zijn buik en neem een hapje van mijn gevulde koek. Een heerlijk ontspannen gevoel stroomt door mijn lijf, alleen ditmaal zweef ik niet over huizen, maar zit ik lekker op de bank.

Herken jij jezelf in mijn verhaal of ken je iemand in jouw directe omgeving die met een eetstoornis kampt? Blijf er niet mee lopen maar zoek ondersteuning bij organisaties zoals Proud 2 B me (www.proud2bme.nl) of raadpleeg tijdig de huisarts. Je bent te waardevol en te mooi om jezelf deze hulp niet te gunnen!