Het hondenvak: echt mensenwerk!

‘Misschien had je het bonnetje beter kunnen bewaren, dan had je hem nog kunnen ruilen’. Mijn toon is scherp. Scherper dan ik het bedoeld had, maar uitermate doeltreffend. Uit de houding van de persoon die voor mij staat maak ik op dat mijn boodschap duidelijk is. Ze kijkt zuur, maar zegt verder niks. Het gebeurt niet vaak dat ik mijn geduld verlies, maar de dialoog die aan mijn opmerking vooraf ging wakkerde iets aan dat ik het beste kan omschrijven als het gevoel dat er duizenden vliegen door mijn buik scheuren. Op XTC. Een bijzonder vervelend gevoel, dat mij erg opgefokt maakt.

Ik sta op het trainingsveld. De dunne capuchon ligt scheef op mijn hoofd gedrapeerd, waardoor één deel van mijn hoofd beschermd is tegen de regen en de ander het mikpunt is van snel naar beneden vallende regendruppels. Het gevoel in mijn buik wordt niet veroorzaakt door de persoon die voor mij staat, maar door het feit dat ik even niet meer weet hoe ik haar kan bereiken. De dame van middelbare leeftijd heeft een paar lessen gehad en elke les beschrijft ze wel iets dat ze vervelend vindt aan haar hond. De oefeningen die ik voor haar bedenk beantwoord ze steevast met ‘ja maar..’ of ‘daar heb ik geen tijd voor’. Als ze wel belooft om met haar huiswerk aan de slag te gaan, dan is het te weinig om resultaat te zien. Ergens vind ik het een wonder dat ze nog naar de lessen komt, maar dat geeft mij ook hoop. Want hoe gesloten de houding van deze vrouw ook is richting mijn hulp, ze komt wel en geeft daarmee aan hulp te willen.

Ik staar naar haar hondje, dat inmiddels al een tijdje rustig op zijn billen zit en voor zich uit kijkt. Knap, gezien er net langs het trainingsveld een paar ruiters voorbij trokken. Een situatie waarvan de vrouw had aangegeven moeite mee te hebben: het passeren van andere dieren. Dit kleine harige knulletje verdient het niet om weggezet te worden als rot hond en dus haal ik diep adem en zeg ik:’ ik denk dat de lessen hier het niet gaan worden, maar zullen we anders de openstaande groepstrainingen inruilen voor een privéles? Dan kom ik naar jou en lopen we samen een wandeling door de wijk. Wellicht kan ik je dan beter ondersteunen’. Ze kijkt mij doordringend aan en zegt dan uiteindelijk ‘ja, dat is misschien wel een goed idee’.

Een week later sta ik voor een gezellig rijtjeshuis. Ik heb haar de opdracht gegeven om een paar minuten voor ik arriveer een snuffelmat voor de hond neer te zetten en daar wat lekkere snoepjes in te verstoppen. Ze heeft mijn advies gevolgd en ik kan rustig de woonkamer binnen komen. Als hij is uit gesnuffeld lijnen we hem aan en gaan we naar buiten. Het valt mij direct op dat de houding van de vrouw heel anders is dan in de groep. Haar doordringende blik is verdwenen en er is zelfs ruimte voor een grapje. We wandelen door de wijk en ik geef haar tips en aanwijzingen wanneer ik denk dat het passend is of wanneer ze iets wilt weten. Omdat we lekker op dreef zijn laat ik de les langer duren dan normaal de richtlijn is. Na bijna 2 uur komen we weer bij haar woning aan. We besluiten dat ze met de tips de komende twee weken gaat oefenen en dat wij tussen door nog met elkaar bellen. Als ze zich er goed bij voelt, stroomt ze daarna weer bij de groepslessen in.

Uiteindelijk hebben ze samen alle groepen doorlopen en aanvullend nog een paar fun-lessen gevolgd. We hebben op een later moment nog eens kunnen napraten over waarom de groepslessen in het begin niet aansloten. Ze gaf aan zich ongemakkelijk te voelen in de groep, vooral omdat haar medecursisten in haar ogen het veel beter deden. Ze was onzeker en was ook geen onbekende met faalangst. De privé les gaf haar moed en basis om verder te bouwen. Uiteindelijk was ze hartstikke trots op haar hondje. En ik op hun!

Veel mensen denken dat wanneer je goed met honden om kunt gaan je ook een goede trainer kunt worden. Echter is er een heel belangrijk aspect dat soms vergeten wordt en dat is dat je als hondentrainer of gedragstherapeut toch voor een groot deel met mensen werkt. Dit is dus iets dat je ook echt leuk moet vinden, wil je kunnen slagen in dit beroep. Ik vind het altijd een uitdaging om te werken met verschillende mensen en verschillende meningen. Wanneer het dan lukt om alle neuzen de zelfde kant op te krijgen, geeft mij dat echt een kick! Om die reden werk ik ook nooit met één vaste methode, want dat zou betekenen dat de cursist en de hond zich aan mij moeten aanpassen en ik pas mij liever aan hun aan. In mijn carrière is het één keer echt niet gelukt om dit voor elkaar te krijgen en dit heb ik een lange tijd als persoonlijk falen gezien. Uiteindelijk heb ik hier mijn leermomenten uit weten te pakken en deze meegenomen voor de toekomst. 

Hou je muilkorf!

Ik heb een soort voorgeprogrammeerd gedrag waarbij ik probeer zo min mogelijk iets van zaken te vinden. Het altijd van twee kanten bekijken en de waarheid ergens in het midden te vinden, dat idee. Misschien omdat ik niet van felle discussies of conflicten houd, maar waarschijnlijk omdat ik de wereld gewoon grijs vind en niet zwart wit. Maar met de laatste berichtgevingen uit de gemeente Rotterdam over hoog risico honden kan ik gewoon geen grijstint bedenken. Even in het kort: er komt een muilkorf plicht voor alle hoog risico honden (door economische zaken vastgestelde lijst begin dit jaar) met daarbij de mogelijkheid om als buurtbewoner een gevaarlijke hond ‘te verklikken’ bij de gemeente. Ik zeg: Rotjeknor, waar bent je nou helemaal mee bezigt?

Oké.. Eerst even een kleine nuance. Ik ben zeker niet tegen het gebruik van een muilkorf als hulpmiddel. Sterker nog, ik vind dat deze veel sneller gebruikt moet worden bij bepaald gedrag. Sommige honden kunnen alleen in onze maatschappij meekomen als zij gekorfd zijn en dan is een muilkorf in zekere zin voor hun een manier van vrijheid. Daarnaast kun je hem ook gebruiken voor andere doelen dan agressie. Eén van mijn honden loopt soms als hij los loopt met een korf omdat hij het hele buitengebied als één groot lopend buffet ziet. Geloof mij, een korf is een stuk goedkoper dan een darmoperatie. En voor wie dan zegt: ja dan moet je hem maar leren niks van straat te eten heeft nog nooit een labrador gehad die op een streng dieet zit om niet moddervet te worden. (Wie dat wel heeft en hem toch heeft geleerd geen frikadellen, kip kluiven en weet ik wat er op straat ligt te eten: ik neem diep mijn petje voor je af).

Daarnaast erken ik gelijk dat bijtincidenten voorkomen moeten worden en dat ieder incident er echt één te veel is. Berichten hierover doen altijd mijn nekharen overeind staan. Het doet mij oprecht pijn dat de dieren die ik zo lief heb zo onderdeel (gemaakt) zijn van het probleem. Daarnaast is het voor de slachtoffers gewoon verschrikkelijk.

Maar dan het volgende. Beste gemeente Rotterdam. Wie denken jullie dat je hier mee straft? De personen die aan de basis staan van deze problemen of de hondeneigenaren die wel verantwoord met hun dier omgaan en de eventuele risico’s willen voorkomen? Wie denken jullie dat er straks met hangende schouders op bol.com een korf bestellen en deze aan hun opgevoede viervoeter gaan aanleren? Juist. De mensen die niet hier het probleem vormen. Sterker nog, dit zijn de mensen die er alles aan doen om niet het probleem te worden, maar het door andere soms erg moeilijk gemaakt wordt. Neem nou een vriendin van mij. Trotse eigenaar van een prachtige Amerikaanse stafford. Loopt nooit met hem in drukke gebieden en gaat alleen naar losloop terreinen als het niet de uitlaattijd van de gemiddelde hond is. lekker rustig. Laatst liep zij in haar straat, haar hond aan de lijn. Plots komt er van achter als een raket een loslopende labrador aangesjeest. ‘Wilt u hem roepen, mevrouw?’ Vraagt zij nog vriendelijk. ‘Hoezo, hij loopt hier altijd los’. Bitst de vrouw terug. ‘Ja maar het is hier gewoon een woonwijk en uw hond mag hier helemaal niet los. Daarnaast is mijn hond aan zijn knieën geholpen en vind hij het erg onprettig als er zomaar een hond over hem heen dendert. Hij heeft pijn, ziet u’. De vrouw loopt rood aan en begint te schreeuwen: ‘dan moet je mij waarschuwen dat hij vals is, stom wijf’. Om het niet erger te maken en haar eigen hond niet overstuur te krijgen draait ze zich om en loopt weg. Gemeente Rotterdam, uw eerlijk oordeel. Wie is hier verkeerd bezig; mijn vriendin met haar Amerikaanse stafford of de mevrouw met de labrador?

Brengt mij trouwens op het volgende. Hoe gaan jullie die muilkorf plicht in vredesnaam handhaven? Bij mij in de straat staat avond in avond uit de auto’s driedubbel geparkeerd zonder dat daar ooit een boete voor wordt uitgedeeld. Of een vergelijkbaar voorbeeld van mijn vriendin hier boven: al die honden die door de wijk los lopen en onverwacht de weg oversteken of aangelijnde honden achtervolgen en het moeilijk maken.. ik heb daar nog nooit iemand voor gezien. En laat ik niet een te grote spelbreker zijn: van sommige van deze honden heb je echt geen last, maar het mag gewoon niet.

Nou geloof ik niet dat ik, ondanks mijn ergernissen hier over, mij tot die ‘kliklijn’ ga wenden. Of nouja, dat weet ik eigenlijk wel zeker. Mijn ervaring is dat je namelijk met de meeste mensen een prima gesprek kunt voeren als er iets aan de hand is. Tja niemand vind het leuk om aangesproken te worden, maar uiteindelijk kom je er samen echt wel uit. En zo niet, dan kun je altijd nog naar de mogelijkheden kijken. Mooie boel gaat dat worden met die lijn. Dus je hebt een aversie tegen een bewoner in de straat, omdat hij altijd zijn vuil verkeerd buiten zet. Gemeente paar keer gebeld, maar geen oplossing. Blijkt hij opeens een Fikkie te hebben. Zo, kassa denk jij. Even bellen, want die Fikkie keek mij toch een partij boos uit zijn ogen. En wat blijkt, dan komt de gemeente wel. Want in Rotterdam tolereren wij geen enge honden. Lekker kort door de bocht, maar gezien er weinig extra uitleg gegeven wordt bij de maatregelen zoals nu bekend is dit wel hoe ik het voor mij zie.

Rotterdam, oh Rotterdam. Je bent de mooiste stad van de wereld en voor altijd in mijn hart gegrift. Maar wat stel je mij als hondeneigenaar en hondenprofessional hier teleur. Zo vooruitstrevend als je bent met al je prachtige plannen, zo finaal sla je nu de plank mis. En hey, ik neem alles terug als blijkt dat er ook een prachtig plan ligt waarbij je iets gaat doen om de kern van dit probleem aan te pakken. Een plan dat ook rekening houdt met het welzijn van het dier en kijkt naar waarom een hond bepaald gedrag vertoond en door welke invloeden dit komt. Die er voor zorgt dat eigenaren die iets willen leren over hondengedrag daar de mogelijkheden toe hebben. Om dus bepaald gedrag te gaan voorkomen en niet alleen te gaan blokkeren door er een korf omheen te gooien. Mensen zijn niet zo veel anders dan honden hoor. Zij leren ook het meest van een beloning.

Nog niet zo heel lang geleden gaf ik vrijwillig les op een hondenschool in Rotterdam. De doelstelling van deze hondenschool was om voor een heel laag tarief (kostendekkend) een hondencursus aan te bieden. Een laag tarief zodat training voor alle inkomens toegankelijk gemaakt werd. Er was zelfs een mogelijkheid tot een betalingsregeling: het volgen van de cursus moest gewoon voor iedereen kunnen. Al jaren werd deze cursus op een verhard terrein gegeven, ergens in Rotterdam west. Deze locatie gekozen om centraal bereikbaar te zijn voor mensen zonder vervoer. Gedoogd door de gemeente, want zij zagen het doel van deze opzet in. Tot dat ‘Henk’ met pensioen ging en de flitsende ‘Fredrik’ werd aangenomen. Na eens goed in de regels gedoken te zijn was zijn oordeel: wegwezen van dit terrein. Oké, zuur maar we wisten dat we gedoogd werden en dat er dus altijd een kans was dat we weg moesten. De gemeente beloofde ons, nog steeds gelovend in ons doel, dat ze een ander terrein zouden vinden. Maanden gingen voorbij. Na vele mails en telefoontjes van onze kant kregen wij uiteindelijk een paar opties. Prachtige locaties, absoluut. Met een bijpassend kostenplaatje. Uit eigen zak de huur betalen was (uiteraard) geen optie en zo verdween deze hondenschool uit Rotterdam.

Lieve gemeente (want dat zijn jullie voor mij heus nog wel een beetje), is het een idee om al het geld dat jullie huidige regels gaan kosten te investeren in bijvoorbeeld bovenstaande initiatieven? Dat jullie luisteren naar ideeën van hondeneigenaren en professionals uit de gemeente om tot een vooruitstrevende aanpak te komen. Waarbij heus rekening wordt gehouden met eigenaren en honden die een extra aanpak nodig hebben, maar waarbij vooral iedereen die verantwoord zijn (en dat zijn er echt een hele boel) zich gehoord voelen. Kunnen jullie daar misschien een ‘kliklijn’ voor beginnen? Dat de volgende keer dat jullie in het nieuws zijn er geschreven wordt: Rotterdam: honden hoofdstad van Nederland. Want voor minder dan dat mag een wereld stad als Rotterdam niet gaan.

 

 

Hondeugend

Als een volleerd gymnaste sta ik in een soort halve spagaat op het grasveld. Links heb ik Pax aan de lijn, die op het uiterste puntje van de lijn probeert te poepen en rechts Memphis die eveneens zo ver als mogelijk probeert een plasje te plegen. Pax zet zijn poging nog een beetje extra kracht bij waardoor de lijn uit mijn handen glipt en zo in een al eerder achter gelaten drol terecht komt. Uit reflex doe ik direct een graai naar de lijn, waarbij ik finaal misgrijp en met mijn knieën in de modder op het gras beland. Pax, net uitgepoept, maakt een spelbuiging en gaat op afstand staan kwispelen, waarbij hij mij uitdagend aankijkt. Net als ik mij weer omhoog wil hijsen voel ik een grote natte lap over mijn wang gaan. Voor ik mijn hoofd kan omdraaien heb ik de volgende lik al te pakken. Luid piepend van opwinding staat Memphis naast mij, helemaal in zijn nopjes met het gekke spelletje dat zijn vrouwtje kennelijk aan het uitvoeren is. Pax zet een sprint in om zich bij ons te voegen, waarbij hij zijn lijn nogmaals door de hondendrol sleept. Nog steeds zit ik op de grond en ik kan niks anders doen dan keihard lachen.

Zijn we door alle social media, sites en tv programma’s soms niet een beetje vergeten om gewoon weg lol met onze honden te hebben? Ik vraag het mij soms af. Steeds vaker zie ik honden baasjes met gespannen bekkies op het trainingsveld, bang om iets verkeerd te doen. Bang om niet ‘de leider te zijn die hun hond nodig heeft’. Bang om niet te doen zoals ‘het hoort’. Lieve mensen, neem het aan van iemand die alles behalve de belichaming is van ‘een leider’: laat het los! Er zijn vele wegen die naar een opgevoede hond leiden, zo zonde om die weg als verplichte kost te zien.

Ja, natuurlijk heeft jouw hond opvoeding nodig. Natuurlijk moet je hem grenzen leren en uiteraard is met hem op training gaan verstandig. Maar het is toch zonde als je als baas dat hele traject met een rot gevoel doorloopt? Dat je elke keer als jouw hond niet luistert een stemmetje in jouw hoofd krijgt dat zegt ‘je kunt er niks van’. Of misschien niet eens in jouw hoofd, menig voorbijganger deelt graag zijn of haar mening over de opvoeding van jouw hond. Ik weet nog goed dat toen ik net mijn oudste hond aan het trainen was een toenmalige buurvrouw graag haar commentaar wilde geven. Na een paar hoge geluidjes gemaakt te hebben, die duidelijk bedoeld waren om mijn hond te lokken, sprong hij tegen haar op. Pas na een paar verwoede pogingen kreeg ik hem weer tot bedaren. Ze lachte venijnig, richtte zich tot mijn hond en zei indirect met een hoge stem tegen mij ‘jij bent niet als andere labradors he. Jij luistert niet. Of komt dat door jouw vrouwtje?’ Door haar hoge stem lanceerde hij zich direct weer met vier poten van de grond waardoor mijn pogingen om hem rustig te krijgen weer van voor af aan begonnen. ‘Jij bent niet als andere buren he’ beet ik haar bits toe. Ze keek mij vragend aan. ‘Die zijn wel aardig’. Ik kookte echt van binnen en ik heb mij daar een tijd best rot over gevoeld. Want ook ik las in die periode bepaalde honden boeken en ook ik had mij inmiddels wijs gemaakt dat ik een slechte leider was voor mijn hond.

Nu, jaren later, kan ik alleen maar keihard lachen om mijn verleden-zelf. Wat nam ik het allemaal serieus, wat maakte ik het mijzelf moeilijk. Nu hoor ik sommigen denken: makkelijk praten, maar probleemgedrag moet je echt wel serieus nemen. Daar kun je toch niet lollig over gaan zitten doen? Nee, dat klopt als een duif met kerstmis. Alleen wat ik veel zie is dat een eigenaar die tegen probleemgedrag aanloopt zijn hond niet meer los kan zien van dit gedrag. Ze verliezen echt het plezier in het samen zijn met de hond, ook als hij op dat moment niet het ongewenste gedrag vertoont. Juist al die momenten die wel goed gaan zijn zo belangrijk om te belonen en om aan jouw hond te laten zien dat je blij met hem bent. Het lost weliswaar niet direct het probleem gedrag op, maar het draagt wel bij aan de onderlinge band en dat is wat mij betreft de belangrijkste basis voor elke training. Dat zie ik bij cursisten, maar het is ook mijn eigen ervaring. Want pas toen ik al die meningen, methodes en visies los ging laten kreeg ik een gehoorzame, betrouwbare kameraad. Tegenwoordig geniet ik intens van zijn boevengedrag. Heerlijk toch, wanneer hij zich ogenschijnlijk even moet uitrekken en dan op zo’n manier dat zijn bek net boven de hapjes op tafel uitkomt. Dat hij toch even de situatie inschat en kijkt of er wellicht mogelijkheden zijn om de hapjes van tafel richting zijn hondenbek te krijgen. Dat hij dan zelf al bedenkt dat dit niet een heel strak plan is en zich vervolgens met een diepe zucht op de grond laat vallen, hopend op een geste van mij voor zijn goede gedrag: het niet leegroven van de salontafel. Heerlijk, gewoon heerlijk.

In onze huidige prestatie maatschappij is het soms lastig bij blijven. De hondenwereld is hier geen uitzondering in. Door alle meningen en visies zie je als hondeneigenaar soms door de bomen het bos niet meer. Voor sommigen geeft dit reden om erg aan zichzelf te gaan twijfelen. Voed uw hond op, maar wees niet te streng voor uzelf. Fouten zijn er om van te leren en u heeft te maken met een levend wezen, met een eigen wil en eigen karakter. Het is soms even zoeken welke aanpak het beste past, maar houd het tijdens deze zoektocht vooral leuk en geniet van uw prachtige viervoeter(s)!

Dierendag

‘Maar je hebt er toch nog 1?’ De vrouw kijkt mij onverschillig aan. Ik ben absoluut anti geweld, maar ik voel een zeer grote behoefte om haar kennis te laten maken met mijn schoen. ‘Ik bedoel’, vervolgt ze, ‘je kunt toch niet failliet gaan aan een hond? Het blijft maar een dier hoor’. Ik zie aan haar blik dat ze zich realiseert dat deze opmerking totaal verkeerd bij mij viel. Ik had een moment daarvoor nog krampachtig geprobeerd mijn geduld te bewaren, maar nu veerde ik op als door een wesp gestoken. ‘Zou je dat ook zeggen als het over je kinderen zou gaan?’ Beet ik haar toe. ‘Joh sorry Jan, maar we kunnen niet failliet aan je gaan hoor. Zoek het zelf maar uit, we hebben toch je broer nog’. ‘Nou zo bedoelde ik het ook weer niet, fluisterde de vrouw bijna. Ze keek naar haar schoenen. ‘Ik snap gewoon niet zo goed dat je een dier als een familielid kan beschouwen. Dat mag ik toch vinden?’ ‘Uiteraard mag jij dat vinden. Maar kunnen we in deze maatschappij nou niet een keer gaan leren dat er een tijd is om je waffel te houden? Dat jezelf ook wel kunt bedenken dat jouw mening, waar je goed recht op hebt, gewoon niet zoveel voor een ander toevoegt? Dat je je ook eens in een ander kan verplaatsen? Dat het recht op vrijheid van meningsuiting niet inhoud dat elk hersenspinsel gezegd moet worden? Wat dat betreft kunnen we van dieren nog een hoop leren. Hun gedrag dient tenminste vaak een doel (ook als het ongewenst is). Zeg nou niet dat jouw mening aan mij geven ook een functie heeft, want naast dat je mij gewoon pijn wilt doen, kan ik er geen één bedenken’. Witheet was ik. Achteraf schrok ik er zelf van, want normaal zou ik dit soort dingen negeren (of in het ergste geval afdoen met een sarcastisch antwoord). Maar nu niet. Deze onbekende vrouw trapte mij op mijn ziel.

Ik zit op een verjaardag en voer een gesprek met de persoon naast mij, die geïnteresseerd vraagt hoe het met Pax, mijn labrador, gaat. Hij is een kleine tijd voor deze verjaardag voor de vierde keer in één jaar geopereerd. Gedurende het gesprek zie ik dat mijn overbuurvrouw, die ik dus niet ken, onze conversatie aan het volgen is. Tussendoor doet ze verwoede pogingen om zich in ons gesprek te mengen, maar ik en mijn gesprekspartner weten haar behendig aan de zijlijn te houden. Uiteindelijk lukt het haar toch, met bovenstaand gesprek als eindresultaat.

Na mijn uitbarsting ben ik op gestaan, heb mijn jas gepakt en de gastvrouw van die avond tot ziens gezoend. Eenmaal buiten kalmeert de koele herfstlucht mijn stemming een beetje. Waarom moest ik zo uit mijn slof schieten? Wat is het toch dat de mening van iemand over mijn honden mij zo kan raken? ‘Het is maar een dier’. Hoe krijgt iemand het uitgesproken? Dat dier heeft mij de afgelopen jaren meer geleerd over menselijkheid, doorzettingsvermogen en ruimdenkendheid dan ik in mijn hele leven daarvoor gedaan heb. Dat is niet iets wat ik kan uitleggen, dat moet je voelen. De rust die je handen op een warme hondenbuik geven, krijgt geen meditatie bij mij voor elkaar. (Of is die handeling meditatie op zich?) Begrijp mij niet verkeerd: honden zijn honden. Geen harige kinderen. Ik vermenselijk ze niet, dat hoef je ook niet te doen. Met al hun fantastische honden eigenschappen hebben ze het helemaal niet nodig om als mens behandeld te worden. Ze worden er veel gelukkiger van als wij ze nemen voor wat ze zijn.

Ik sla mijn sjaal steviger om mijn hals, terwijl ik naar de auto loop. Misschien moet ik niet zo streng voor mijzelf zijn. Ik hou er niet van om uit mijn slof te schieten, maar ik ben ook een mens. Een mens dat net even genoeg motivatie kreeg om wel een veeg uit de pan te geven. Om te verdedigen wat mij zo dierbaar is. Inmiddels volledig gekalmeerd denk ik aan mijn honden, die nu ongetwijfeld beiden languit op de bank (ja dat mogen ze bij mij, wanneer er een kleed op ligt tenminste) liggen te snurken. Zich volledig onbewust van vrouwtjes gesprek van zojuist. Wat lijkt het mij soms toch fijn om een hond te zijn.

Vandaag is het dierendag. Een dag als geen ander, maar toch een beetje speciaal. Want hoewel het elke dag dierendag is (cliché maar wel waar), sta ik vandaag toch een beetje stil bij wat dieren (en honden in het bijzonder) voor mij betekenen. Dat dit veel is hoef ik niet uit te leggen. Je maakt er immers niet zomaar je werk van. Ze hebben mij geleerd om de humor in te zien van het leven. Wie tijdens het opvoeden van honden de lol en humor niet ziet, is een verloren baas. Ze hebben mij ook geleerd wat milder voor mijzelf te zijn, omdat je soms simpelweg geen invloed hebt op het leven. Dat het kopen van een lekkere honden kluif en deze vervolgens geven zoveel meer voldoening geeft dan het zoveelste paar nieuwe schoenen. Dat je met hard werken een band samen kan krijgen die voor het leven vertrouwen geeft, zonder enkele vorm van twijfels over integriteit. Dat het geluk in het leven zit in kleine dingen. Ja, geld is nodig om te kunnen doen waar je behoeften aan hebt. Geld geeft vrijheid. Maar geld geeft geen geluk. Vraag dat maar aan honden.

 

 

 

Goed bedoeld is niet altijd persé goed..

Er was eens een hond die het goed bedoelde

Ik was de rondjes naar ons speelterrein met Memphis en Pax wat zat en besloot op een vakantie dag om weer eens een park met ze te bezoeken.

Misschien dat je nu denkt ‘ja, en wat is daar zo bijzonder aan’? Maar ik verkeer dus in de gigantische luxe positie van het in bezit zijn van een eigen speelbos voor honden en zie daarom vaak het nut niet in van een bezoek aan een druk losloop park. In mijn vrije tijd ben ik namelijk nogal asociaal. Daarmee bedoel ik niet dat je mij tegen huizen zal zien plassen, of dat ik oude vrouwtjes omver duw bij de kassa om voor te piepen. Nee, ik ga gewoon niet graag sociale interactie aan wanneer ik met mijn honden op pad ben. Het is één van mijn meest kostbare momenten om mijn hoofd leeg te kieperen na een drukke werk dag en chit chat past daar niet helemaal bij. Daarbij komt ook nog eens dat ik een hond bezit die hier precies hetzelfde over denkt. Memphis is een fantastische hond en kan prachtig mooi spelen en omgaan met alle geslachten en rassen, maar niet op onbekend terrein. Na veel trainen kan hij passerende honden negeren, maar drukke (met name grote) honden die op hem afstormen kunnen een luid blafsalvo verwachten. Hoewel ik prima kan onderbouwen wat zijn geblaf betekent in combinatie met zijn lichaamshouding, voel ik totaal niet de behoefte om dit aan de eigenaar van de uitgekafferde hond uit te leggen. Het is voor veel mensen niet niks, zo’n groot zwart veulen dat zijn stembanden opzet. Dat snap ik heel goed. En hoewel Memphis dus is geleerd andere honden te negeren, kun je nou eenmaal nooit voorkomen dat er een harige vierpoter op hem af komt lopen. Het geeft Memphis daarbij veel stress om in zo’n situatie terecht te komen en dat wil ik hem niet bewust aan doen, zeker niet omdat ik dus een eigen terrein heb waar hij vijf dagen in de week met allerlei soortgenoten speelt via mijn kleine uitlaatservice. Nou is het trouwens absoluut niet zo dat mijn honden dus alleen maar op dat terrein komen. In de omgeving hier zijn een paar hele fijne plekken waar ik graag met mijn jongens heen ga en waar ik niemand tegen kom. Dit zijn plekken die veelal niet als park worden aangeduid en waar je vaak met de auto heen moet en niet zomaar lopend kan komen. Maar op die bewuste vrijdag koos ik dus wel voor een ‘echt’ park.

Rugtas vol met tennisballen en hop, op weg naar het park. Ik koos wel voor een park met veel overzicht, zodat ik in ieder geval snel zag wanneer er honden uit de categorie ‘Memphis trekt dit slecht’ aan zouden komen lopen. De eerste tien minuten verliepen heerlijk. Mem en Pax genoten wel echt zichtbaar van alle nieuwe geuren en het pas gemaaide gras. Al snel dook er achter een klein heuveltje een middel grote hond op, die nieuwsgierig naar ons toeliep. Memphis merkte hem op, blafte een paar keer maar kwam direct weer naar mij zoals hem is geleerd. De hond kwispelde vriendelijk en liep terug naar zijn baasje. Hij had door dat dit geen speelkameraadjes voor hem waren en respecteerde dat: heerlijk! Ik zwaaide naar zijn baas en zij terug naar mij. So far so good.

Vrijwel direct doken er 3 Rottweilers met een groepje mensen achter ons op. Mijn Memphis-trekt-dit-niet-rader ging direct af. Groot, robuust en stoer.. oftewel zijn grootste nachtmerrie. Ik riep hem bij en lijnde hem aan. De Rotti’s bleven echter voor de uitgang van het padje waar ik was ingelopen staan en dus zag ik geen andere mogelijkheid dan door het riet, langs de sloot, van ze weg te lopen. Natuurlijk had ik ook kunnen vragen of de baasjes wat ruimte wilde maken, maar dan zouden de honden ons hebben opgemerkt en wellicht interessant genoeg hadden bevonden om even bij te gaan kijken. Dus koos ik voor de (soort van) makkelijkste weg en wurmde mij door de dikke rietstengels en brandnetels. Mijn goede humeur door Mem’s ontmoeting met de middelgrote hond verdween als sneeuw voor de zon en vloekte openlijk over mijn ongewilde safari door het riet. Ik baalde dat ik was gegaan. Een gevoel dat binnen 10 minuten kracht bijgezet zou gaan worden door mijn volgende Memphis-hond ontmoeting.

Ik was nog maar net terug op het wandelpad toen ik in de verte twee zwarte honden zag aankomen, gevolgd door een groepje mensen. Ik zag direct dat het iets van retrievers moesten zijn en wist dat Pax daar gegarandeerd een aantrekkingskracht op zou hebben. Retriever naar retriever is namelijk altijd feest. Althans, ik heb nog geen andere ervaringen in ieder geval. Memphis zat nog aan de lijn. Ik besloot een stukje op het pad terug te lopen, om zo via een grasweggetje rond de retrievers te kunnen lopen. Die weg zou namelijk weer uitkomen bij de uitgang van het park. In de verte hoorde ik een reeks fluitsignalen snel achter elkaar. Dat betekent doorgaans maar één ding: er wordt een hond terug gefloten, maar deze is niet van plan om te komen. En ja hoor, daar was retriever nummer één, op een kleine 20 meter afstand. Pax was al onderweg om kennis te gaan maken. Meer dan even buurten doet hij nooit, dus liep ik met Memphis alvast verder het gras pad op. Pax zou wel volgen. Zo verliep het ook. Echter, had Pax zijn bal laten vallen, welke weer door de retriever was opgepakt en terug was gebracht naar zijn baas. Prima, dacht ik, ik had immers een tas vol. Maar toen gebeurde iets wat ik alleen maar onder de noemer ‘zeer beleefd maar een beetje dom’ kan scharen. De baas pakte de hond bij de halsband en haalde de bal uit zijn bek. Terwijl ze de hond nog bij zijn halsband had liep ze mijn kant op. Ik liep direct sneller door om duidelijk te maken dat ik niet haar hond bij mijn aangelijnde snuiter wilde hebben. Dit beantwoordde zij door zelf ook sneller te gaan lopen, terwijl ze de bal in de lucht heen en weer bewoog.

‘Laat maar!’ riep ik. ‘Die mag hij houden hoor, ik heb er genoeg’. Ze bleef lopen. Vijftien meter, twaalf meter, tien meter.. Ik wilde doorlopen maar zag tot mijn grote schrik dat er aan het begin van het gras pad zich een groepje border collies had verzameld, die ronduit verlekkerd naar de tennisbal keken. Collies aan de ene kant, retriever met baas aan de andere kant. Ik was ingesloten. Ik haalde de zak kaas uit mijn tas en besloot Memphis hierdoor heen te loodsen met de enige manier waarop dit nog zou werken.. Kaas. Inmiddels was de retriever-vrouw tot bijna twee meter ingelopen en toen gebeurde waar ik bang voor was. Ze rolde de bal richting ons maar liet daarbij tegelijk haar hond los. Memphis zag de bal, wilde deze pakken, maar werd direct overdonderd door de retriever die in volle vaart ook achter de bal aan ging. Met een dance move waar het nationaal ballet jaloers op zou zijn draaide ik mij tussen de twee honden en schopte de bal weg, Memphis nog steeds aan de lijn. Hij viel wel uit, maar ik had een botsing tussen beide kunnen voorkomen. ‘Hij trekt dit echt niet mevrouw, daarom zit hij ook aan de lijn’. Ze haalde haar schouders op en liep de andere kant op, wederom met haar hond bij de halsband gepakt. De collies waren trouwens inmiddels wel met succes terug gefloten door hun baas.

Eenmaal in mijn auto kon ik niet anders dan boos zijn op mijzelf. Allereerst was ik boos op de vrouw, wat ik tegelijk ook weer zielig vond. Ze had het echt niet slecht bedoeld. Ze wilde gewoon terug geven wat haar hond had gepakt. Maar vooral omdat ik gevallen was voor één van de grootste valkuilen van hondenbaasjes. Namelijk zelf invullen wat mijn hond leuk moet vinden. Ik doe Memphis helemaal geen lol door hem mee te nemen naar een druk park. Hij is zielsgelukkig met ‘zijn’ veld waar alle regels duidelijk en voorspelbaar zijn. Hij had nu weer de kans gezien om uit te vallen, iets wat al tijden niet meer voorkwam. Ik kon alleen maar hopen dat hij zijn eenmalige succeservaring (de vrouw liep immers gelijk weg en dus had voor hem het uitvallen effect) geen stappen terug in onze training zou betekenen.

Uit dit verhaal kunnen we twee dingen leren. Allereerst dat veel mensen nog niet weten dat een hond aan de lijn vrijwel altijd betekent dat de baas niet wilt dat er andere honden bij komen. Eindeloze discussies levert dit in parken op, maar het feit blijft dat iedereen recht heeft om ergens met zijn of haar hond aan de lijn te lopen, ook al is het terrein bedoeld als losloopzone. Jouw hond los laten lopen betekent namelijk automatisch dat jij aangeeft controle te hebben over het gedrag van jouw hond en hem terug te kunnen roepen wanneer er vervelende of zelfs gevaarlijke situaties dreigen te ontstaan. De tweede les is dat wij als mensen vaak een interpretatie geven van wat fijn is voor onze hond. Vaak krijg ik baasjes op cursus die hun hond willen leren om te spelen met andere honden. Dit is echter niet een trucje die je kunt aanleren en daarnaast geeft een hond zelf al heel snel aan of hij gediend is van interactie met soortgenoten. Een hond die lol ervaart van spelen met andere honden zal dit uit zichzelf wel opzoeken. Uiteraard zijn er gevallen van honden die bijvoorbeeld gebeten zijn en daardoor nu contact mijden, terwijl dit hiervoor nooit een probleem was. In sommige van die situaties valt er zeker nog winst te behalen. Echter, zijn er ook honden waarbij je gewoon de conclusie kan trekken dat omgaan met vreemde soortgenoten geen lolletje voor ze is en het ook nooit gaat worden. Respecteer dit en zoek samen naar wat jouw hond wél leuk vindt. Dit geeft veel meer positieve energie dan eindeloos trekken aan een dood paard.

Oh glorious Austria

Er waren eens twee honden die op vakantie gingen in Oostenrijk

‘Oh, Labradori!’ Het meisje dat helpt tijdens het ontbijt in ons pension grijst breed toen ze hoorde over onze reisgenoten. ‘Wil je ze begroeten?’ vraag ik. Dat laat ze zich geen twee keer zeggen en dartelt richting de gang. ‘Niet schrikken, de jongste zal een beetje..’ Ik moet even diep graven wat het Duitse woord voor ‘blaffen’ is. ‘Bellen’. Ze haalt haar schouders op. ‘Bijten ze? Ze vraagt het niet angstig. In tegendeel zelfs. Er zit een beetje onverschilligheid in haar vraag. Zo van, ja honden kunnen bijten, maar het is wel handig om dat van te voren te weten. Ik schud van nee en open de deur.

Oostenrijk. Het eerste waar ik aan denk wanneer er vakantieplannen gemaakt worden. Ook het laatste trouwens, want vrijwel altijd gaat de reis die kant op. Dat wil zeggen, de keren dat wij geweest zijn de afgelopen jaren. Vol overgave een bedrijfje opzetten met eigen geld betekende in ons geval een paar zomers genieten van Hollandse druilerigheid. Van achter ons eigen keukenraam that is. Niet erg, maar toen er dit jaar wel gelegenheid was om naar het land van kaiserschmarrn en Schnapps te gaan wist ik niet hoe snel ik mijn koffers vol moest gooien. Na een reis van talloze wegopbrekingen, overvolle stopplaatsen en één verkeersboete (voor zeven KM te hard), liep ik als een pas geboren veulen te dartelen in een vredig dorpje in Tirol. Op de achtergrond vrolijk klingelende koeienbellen, kneiter schone lucht en bergtoppen zover als mijn oog rijkt. Ja beste mensen, zoet sappiger ga je het niet krijgen, maar een minder glazuur brekende omschrijving kan ik niet formuleren. In mijn hoofd draait ‘mijn’ aflevering van ‘Ik vertek’ al rondjes. ‘Ja we dachten dat we alle vergunningen wel rond hadden, maar nu horen we dat je dus helemaal geen hondenpension naast een Oostenrijkse kerk mag bouwen…’ Dat idee.

Eén van de belangrijkste redenen dat wij zo graag naar dit land gaan is de manier waarop er met honden wordt omgegaan. Naast het feit dat je geen kilometer kan lopen zonder minimaal tien keer vriendelijk toegelachen te zijn voor het simpele feit dat je met twee honden loopt, wordt er ook nergens moeilijk gedaan wanneer je met een paar harige poten (die van de honden bedoel ik dan he, niet die van ons) een terras opstapt. Een belangrijke toevoeging daarop is dat ze daarbij de hond gewoon laten zijn. Ze bewonderen van een afstand, maar denken er niet aan om direct met twee armen over jouw viervoeter heen te gaan hangen. Bijzonder prettig, gezien mijn jongste exemplaar daar een gigantische weerzin van heeft. Ik denk dat één van de belangrijkste oorzaken ligt in het feit dat in veel landen (niet alleen Oostenrijk) de hond nog steeds vooral voor bewaking worden gehouden. In ieder geval wel in de kleinere berg dorpen. Als je gebeten wordt zal je het er wel naar gemaakt hebben, dat idee. Hoe anders is onze instelling in Nederland vaak. Soms denk ik wel eens dat elke hond een maatschappelijk bezit is. Je moet er maar aan mogen zitten. En als hij dan snauwt of (erger nog) hapt, is het een rot hond, ben jij een rot buur, wordt er een Facebook bericht aan je gewijd, 112 gebeld en een rechtzaak tegen je begonnen. Goed, ik overdrijf graag wat, maar tot aan het Facebook bericht zit ik over het algemeen aardig in de buurt. Toen ik pas op mijn huidige woonadres kwam wonen weet ik zeker dat ik een hoop wenkbrauwen heb doen fronzen, omdat ik structureel aangaf het niet fijn te vinden dat iedereen zomaar op mijn honden zou duiken. Had ik daar een reden voor? Ja. Moet ik er een reden voor hebben? Nee, zeer zeker niet.

Laat ik wel even duidelijk onderstrepen dat het natuurlijk niet iemand zijn eigen schuld is als er een bijtincident plaats vindt (meestal dan). Evenals dat ik agressie bij honden natuurlijk niet acceptabel vindt in onze maatschappij. Daar gaat dit verhaal niet over. Het gaat over rekening houden met elkaar. Zelf een stapje opzij doen om niet tegen elkaar op de botsen. Letterlijk en figuurlijk. In de bergen gaat het vanzelf. Een fietser belt even om zijn passeren aan jou duidelijk te maken. Wij staan stil en laten onze honden wachten, de fietser kan er zonder problemen langs. ‘Gruss Gott’ klinkt het vriendelijk en de fietser gaat ons zonder problemen voorbij. ‘Gruss Gott.. zitten we al zo hoog?’ zou mijn vader dan zeggen en vervolgens keihard om zijn eigen grap gaan lachen. Gekke pa.

Met lood in onze schoenen stappen we in de auto om onze, met frisse lucht doordrenkte, lichamen weer richting Nederland te sturen. Op de terug weg eveneens een berg wegopbrekingen, alternatieve routes die ons door oud-Duitse dorpjes voeren en overvolle stops. Voor zover bekend nog geen boete, maar ik zal de brievenbus angstvallig in de gaten houden. Moe stap ik thuis uit de auto en loop met Memphis en Pax nog een kort rondje langs het fietspad voor we naar binnen gaan. ‘Kijk uit je doppen, trut’ hoor ik achter mij. Met een noodvaart komt een wielrenner voorbij gesjeest. Welkom thuis.

Een vakantie geeft veel mensen nieuwe inzichten. Bij mij was het dit jaar opeens duidelijk dat ik de manier waarop wij, in ieder geval in de randstad, met elkaar omgaan niet altijd fijn vindt. Veel cursisten klagen over vervelende confrontaties bij het uitlaten van hun hond. Rekening houden met elkaar lijkt vrijwel direct plaats te maken voor getier en gescheld. De hond aanlijnen wanneer er een soortgenoot aan de lijn voorbij komt is eerder uitzondering dan regel. In plaats daarvan moet jij daar maar niet met een aangelijnde hond gaan lopen. Natuurlijk is het niet zo dat we helemaal geen omgangsnormen meer kennen. Maar ik durf voorzichtig te zeggen dat we soms wel wat meer ‘Oostenrijk’ kunnen gebruiken. Zullen we bij deze afspreken weer een beetje liever voor elkaar te worden?

Angsthaas

Er was eens een hond met een angstig baasje

Ik staar naar het pleintje in de verte. Mijn handen zijn klam, mijn mond gort droog en mijn maag voelt alsof hij elk moment door mijn mond naar boven kan komen kruipen. Krampachtig probeer ik te herinneren wat mijn therapeut hierover heeft gezegd, maar in plaats van bruikbare tips schieten vooral honderd manieren om zo snel mogelijk weg te komen door mijn hoofd. Op dit moment laat ik mij nog liever door twintig zusters met grote naalden onder handen nemen, dan nog een stap dichterbij het pleintje te doen. Ter illustratie: ik val al flauw als ik een spelden kussen zie. ‘Adem Sharon’ zegt een streng stemmetje. ‘Adem!’ ‘Dat doe ik toch, snauw ik terug tegen de stem’. ‘Anders lag ik hier dood op de grond’. Bekvechten met de rationele stem in mijn hoofd is een soort hobby van mij geworden. Heerlijk, maar tegelijk volstrekt zinloos. ‘Adem RUSTIG’, bijt de rationele stem mij toe. ‘Oh ja, goed idee’ denk ik. Ik voel de ergste druk op mijn borst wat zakken. Rustig in, rustig uit, rustig in, rustig uit.. De nieuwe lading zuurstof die mijn hersenen bereikt stopt het ergste trillen in mijn benen, ik voel mij langzaam wat ontspannen. Als men toch eens niet kon ademen.. Elke keer een stukje verder, tot ik zonder spanning over het pleintje loop. Beetje bij beetje gaat het beter, maar het kost tijd.

Ik sta op het punt om de oefening af te sluiten en langzaam van het pleintje weg te lopen als ik opeens een keiharde ruk aan mijn arm voel. Ik schrik mij een ongeluk. ‘Hey, laat mij los!’ Hysterisch begin ik terug te trekken maar de persoon die mijn arm vast heeft is een stuk sterker en trekt mij richting het pleintje. Het verschrikkelijke, dood enge pleintje. ‘Nee!’ krijs ik. ‘Stop, zo ver kan ik nog helemaal niet!’. ‘Jawel joh, kom nou maar kijken. Het is echt niet eng’. De stem die bij de persoon hoort klinkt opgewekt. ‘Stel je nou niet aan, er is niks aan de hand’. De net nieuw gevonden zuurstof schiet met sneltreinvaart uit mijn hersenpan en ik voel mijn hart bijna door mijn borstbeen naar buiten komen. Het idee dat ik zo noodgedwongen plaats moet nemen op de plek uit mijn nachtmerrie zorgt er voor dat ik bijna mijn gevoel van bewustzijn ga verliezen. ‘Alsjeblieft…’ smeek ik. ‘Ik kan niet..Stop..’. Alle kracht in mijn lijf lijkt als een snel leeglopend zwembad verdwenen te zijn. En dan wordt het zwart voor mijn ogen.

Wie weet hoe het is om ergens een extreme angst voor te hebben, weet dat het zelden een goed idee is om in één keer vol met jouw angst geconfronteerd te worden. Wanneer je al in paniek raakt van het zien van meneer huisspin, is het niet aan te raden om lekker een uurtje in een bad vol vogelspinnen te gaan liggen. In het uiterste geval leer je te ontspannen, om zo goed mogelijk uit de situatie te komen, maar grote kans dat jouw angst daar niet van over gaat. Sterker nog, dikke kans dat het alleen maar erger geworden is. Zo heb ik mijn vriend een keer overgehaald om mee te gaan in een achtbaan. Doodeng vindt hij dat, maar hij wilde het proberen. Voor mij. Dat hij daar nog niet klaar voor was, bleek achteraf wel. Al tijdens het ritje was ik bang dat ik verantwoordelijk gehouden kon worden voor de dood van mijn vriend. Hij zat naast mij te rillen en zag zo wit als mijn benen in de winter (eigenlijk ook in de zomer, maar dat is een ander verhaal). Ik durf wel te stellen dat ik hem niet bepaald over zijn achtbanen angst heen geholpen heb, want als ik nu al een toegangskaartje voor De Efteling laat zien, wordt hij spontaan groen.

Denk van mijn actie wat je wilt, wij doen dit als hondenbaasjes met enige regelmaat ook bij onze honden. In de praktijk zie ik baasjes die hun hond dan richting het voorwerp of de situatie forceren waar hij bang voor is. Immers kunnen wij redeneren dat er niks aan de hand is. Snapt Bello dan zelf niet dat het gewoon een paraplu in een prullenbak is? Nee helaas, dit snapt Bello op dat moment niet. Hij kent de situatie niet en kan dus niet inschatten of deze een bedreiging vormt voor zijn leven. Of hij heeft inmiddels al bedacht dat dit zeker weten een bedreiging gaat zijn en wilt er alleen maar van weg. Lees het begin stuk van dit blog bericht nog eens door. Wil je door hem te confronteren met deze angst hem het zelfde paniek gevoel veroorzaken als dat ik had tijdens mijn paniekaanval?

Door een vervelende gebeurtenis uit mijn verleden heb ik een tijd last gehad van dergelijke aanvallen. Deze kwamen opeens, terwijl ik eigenlijk helemaal niet meer aan het voorval dacht. Ik werd angstig op bepaalde plekken en rondom personen die mij aan de situatie deden denken. Stapje voor stapje ben ik de strijd met mijn angst aangegaan door de plekken bewust op te zoeken en daar mijn ontspanningsoefeningen te doen. Wanneer ik rustig werd ging ik weer naar huis en kwam ik later weer terug om het weer te doen. Een kennis van mij die aanwezig was bij deze oefeningen wilde mij helpen door mij juist op die plek neer te zetten waar ik zo bang voor was, met bovenstaande gevolgen van dien. Ik was even Bello die zeker wist dat deze situatie een bedreiging vormde voor mijn leven, ook al was het voor mijn kennis gewoon een pleintje. Natuurlijk zou ik niet midden op dat plein dood neervallen, maar de paniek liet mij daar op dat moment anders overdenken.

 

Omgaan met angst bij jouw hond

  • Forceer jouw hond nooit om zijn angst ‘te ondergaan’. Corrigeer angst ook nooit! In veel gevallen wordt de angst erger of in het uiterste geval kan de hond angstagressie gaan vertonen. De hond ziet geen andere uitweg meer dan van zich af te bijten.
  • Wilt hij de situatie zelf onderzoeken, laat hem dit dan doen. Vaak kan rond snuffelen de hond veel informatie geven. Dit kan zijn angst verzwakken.
  • Steun hem, zonder dit te overdrijven. Laat hem tussen jouw benen staan of hou hem vast bij halsband of tuig maar ga hem niet overdreven aaien. Dit kan soms de angst juist vergroten. Hij mag echter wel weten dat je er voor hem bent.
  • Blijf op afstand van hetgene de hond bang voor is. Loop er van weg als hij zich ontspant. Oefen het later nog eens door dichterbij de situatie te gaan staan, maar neem nooit te grote stappen.
  • Schakel de hulp van een NVGH erkende gedragstherapeut in als de angst niet overgaat. http://honden-gedragstherapie.nl/

Opgecoached

Er was eens een hond die in training ging bij een hondencoach. ‘Dat gedoe met die snoepjes.. je hond moet gewoon respect voor je tonen. Kijk, deze hier luistert perfect zonder ooit maar iets lekkers voor zijn neus gehouden te hebben. Gaat zitten. Ik zei, ga zitten nu’. Hij geeft een fikse ruk aan de lijn. De hond wijkt naar achter, maar gaat niet zitten. ‘Hey, tsssttt’. De man prikt met zijn vingers in de zij van de hond en maakt er een geluid bij dat het beste te omschrijven is als iemand die een kat wilt wegjagen. De hond kijkt op naar de man, zijn ogen laten veel oogwit zien. Hij gaat nog steeds niet zitten en hangt wat ongemakkelijk aan het uiteinde van de lijn. De man vergoot zijn houding (‘kijk, dan heeft hij meer respect voor mij’) en loopt in op de hond. Achter hen staat een hek dat het terrein van de openbare weg scheidt. De man drukt met zijn houding de hond richting het hek, tot hij niet verder kan. Ik zie inmiddels zoveel stress signalen bij de hond dat ik de tel niet meer kan bijhouden. En toen gebeurde het. De hond schiet als een pijl naar voren en klapt in de arm van de man. Hij laat hem direct weer los. ‘Arghh rot beest!’ De man gilt het uit en hij laat de lijn vallen. De hond ziet zijn kans schoon en schiet er vandoor. Zijn baasjes die alles met lede ogen aan hebben gezien zetten een sprint in om de hond te vangen. De man blijft gedesoriënteerd achter.

Ik heb dit tafereel van een afstandje staan bekijken. Ik stond op de parkeerplaats van het park op een vriendin te wachten toen de man en zijn klanten met een trainingssessie begonnen.

Vaag herkende ik de man. Ik denk van Facebook, in ieder geval van social media. Hondencoach* stond bij zijn functieomschrijving. De Alpha voor iedere radeloze hondenbezitter. Op zijn pagina staan vele mooie filmpjes waarin honden met (zoals hij noemde) ontspoord gedrag binnen een sessie van een uur weer gehoorzaam werden. Wanneer ik deze filmpjes zie druk ik direct op ‘dit wil ik niet meer zien’. Ik besef mij goed dat er een hele wereld is waarin dit soort filmpjes veelvuldig geliked en gehyped worden, maar het is gewoon niet ‘my cup of tea’.

Ongemakkelijk voel ik mij soms hoor, als ik voor de zoveelste keer tegen een cursist zeg dat ze moeten doorzetten. Dat ik ze door hun onzekerheid heen probeer te praten, omdat ik weet dat het gaat lukken. Dat wij stappen maken en uiteindelijk echt boven op de berg komen. Lopend weliswaar, terwijl de hondencoach zich er met een raket naartoe schiet. Alleen hebben wij als voordeel dat de hond bij ons vol plezier mee terug naar beneden wilt lopen terwijl de hond met de raket zich zo snel als mogelijk uit de voeten maakt. Één keer was wel genoeg..

Er is nou eenmaal een wereld waarin de hondencoaches zoals deze meneer een groot podium krijgen. Waarin mensen de kennis en het kunnen van iemand afspiegelen aan de hoeveelheid likes op een pagina (hallo online marketing bureau). Waarin mensen een hond willen die vooral heel snel heel weinig (voor de baasjes) problemen vertoont, zodat Fikkie niet in de wegloopt van het overige drukke gezin. Uiteindelijk was Fikkie er gekomen om leuke wandelingen mee te maken aan het strand. Niet om regelmatig mee op training te gaan. Een wereld waarin een hond dwingen (wat zeg ik: forceren) een hele aanvaardbare methode is. Er zijn honderden, duizenden honden die zo hun leven doorlopen. Zielsongelukkig (over het algemeen), maar zonder gedrag dat de baas hindert in zijn dagelijks leven.

Ik wilde mij zo ver mogelijk van deze wereld houden. De mensen die vanuit een band tussen baas en hond willen werken zouden mij of een soortgelijke hondenschool toch wel vinden. En de andere mensen vinden de hondencoaches. Die krijg je niet wandelend de berg op als er een raket klaar staat. Dus Fair deal, toch?

Tot voor kort. Ik zit op dit moment op de bank en voel mijn maag nog wat draaien als ik aan de situatie met de man en de hond op de parkeerplaats denk. Hoe de hond al zoveel keer aangaf dat het genoeg was, maar de coach simpelweg geen oog had voor zijn lichaamstaal. Het gaat  tegen alles in waarom ik ooit met trainen begon. Noem het naïef, maar mijn kop in het zand steken en doen alsof de wereld van de coaches niet bestond werkte tot voor kort prima. Maar nu niet meer. Een nieuwe missie is geboren. Ik gun uit de grond van mijn hart iedere hondenbezitter de liefdevolle blik van een hond. De blik die zegt: ik vertrouw jou. En niet: ik doe wat je wilt omdat ik bang voor je ben. Natuurlijk weet ik dat ik nooit iedereen lopend op die berg krijg. Maar ik kan er wel alles aan doen om zoveel mogelijk mensen er te krijgen. Al moet ik ze op mijn rug nemen. Als ze dan uiteindelijk toch een kaartje voor de raket willen kopen kan ik in ieder geval zeggen dat ik er alles aan gedaan heb. Ik realiseer mij dat bovengenoemde coaches net als ik overtuigd zijn van wat ze doen. Alsof we samen naar een auto kijken die in mijn ogen blauw is en in zijn ogen groen. Dat hoeft niet erg te zijn, je kunt in het leven veel leren van mensen met een andere visie. Alleen trek ik wel de lijn wanneer iemand bewust of onbewust honden gedrag verkeerd interpreteert en daar zijn trainingsmethode op maakt. Een hond met zijn oren naar achteren en zijn staart tot op zijn buik gekruld onderdanig en ontspannen noemen maakt mij oprecht verdrietig. Het is niet dat ooit iemand heeft bedacht dat dit gedrag angst is (en dat er dus ook de mogelijkheid bestaat dat de interpretatie van onderdanig en ontspannen juist kan zijn), er zijn hier vele wetenschappelijke onderzoeken naar gedaan. Het trainen met een positieve methode (gewenst gedrag altijd belonen) is niet bedacht omdat de mens het zo leuk vindt om snoepjes voor zijn hond te kopen. Er zit jaren onderzoek achter over de effecten op het welzijn van de hond.

Mijn vriendin is inmiddels aangekomen op de parkeerplaats. ‘Ga je mee?’ Zegt zij en knikt richting het restaurant. ‘Wacht even’ zeg ik zachtjes en ik loop naar de ontsnapte hond die bij mijn auto is blijven hangen, waarschijnlijk door de geur die mijn honden hebben achter gelaten. ‘Hey kerel, kijk eens’. Ik steek een snoepje uit (ja, er zit bij mij hondensnoep in al mijn kleren; netjes of niet) naar de hond. Een beetje schichtig nog pakt hij het snoepje aan. Ik zie zijn oren wat naar voren gaan en zijn staart iets hoger. Genoeg voor mij om zijn lijn te kunnen pakken en hem naar zijn baasjes te brengen. De coach staat op de parkeerplaats naar ons te kijken. Ik kan het niet laten en biedt hem een handje voertjes aan met een kaartje van de dierenwinkel waar ik altijd heen ga.

*In dit artikel benoem ik de persoon als ‘hondencoach’. Ik wil benadrukken dat niet ieder die zich hondencoach of gedragscoach noemt werkt met bovenstaande methode.  Er zijn in Nederland geen door de overheid opgelegde regels rondom het geven van trainingen en gedragssessies. Dit wil zeggen dat iedereen die dat wilt zich gedragstherapeut of trainer mag noemen. Verdiep je in de opleidingen van de persoon voor je een aanmelding verstuurd en vraag om een (betaalde) proefles, of kijk eens mee met een training. Follow your gut: als iets niet goed voelt, is het niet voor jullie bestemd.