Dierendag

‘Maar je hebt er toch nog 1?’ De vrouw kijkt mij onverschillig aan. Ik ben absoluut anti geweld, maar ik voel een zeer grote behoefte om haar kennis te laten maken met mijn schoen. ‘Ik bedoel’, vervolgt ze, ‘je kunt toch niet failliet gaan aan een hond? Het blijft maar een dier hoor’. Ik zie aan haar blik dat ze zich realiseert dat deze opmerking totaal verkeerd bij mij viel. Ik had een moment daarvoor nog krampachtig geprobeerd mijn geduld te bewaren, maar nu veerde ik op als door een wesp gestoken. ‘Zou je dat ook zeggen als het over je kinderen zou gaan?’ Beet ik haar toe. ‘Joh sorry Jan, maar we kunnen niet failliet aan je gaan hoor. Zoek het zelf maar uit, we hebben toch je broer nog’. ‘Nou zo bedoelde ik het ook weer niet, fluisterde de vrouw bijna. Ze keek naar haar schoenen. ‘Ik snap gewoon niet zo goed dat je een dier als een familielid kan beschouwen. Dat mag ik toch vinden?’ ‘Uiteraard mag jij dat vinden. Maar kunnen we in deze maatschappij nou niet een keer gaan leren dat er een tijd is om je waffel te houden? Dat jezelf ook wel kunt bedenken dat jouw mening, waar je goed recht op hebt, gewoon niet zoveel voor een ander toevoegt? Dat je je ook eens in een ander kan verplaatsen? Dat het recht op vrijheid van meningsuiting niet inhoud dat elk hersenspinsel gezegd moet worden? Wat dat betreft kunnen we van dieren nog een hoop leren. Hun gedrag dient tenminste vaak een doel (ook als het ongewenst is). Zeg nou niet dat jouw mening aan mij geven ook een functie heeft, want naast dat je mij gewoon pijn wilt doen, kan ik er geen één bedenken’. Witheet was ik. Achteraf schrok ik er zelf van, want normaal zou ik dit soort dingen negeren (of in het ergste geval afdoen met een sarcastisch antwoord). Maar nu niet. Deze onbekende vrouw trapte mij op mijn ziel.

Ik zit op een verjaardag en voer een gesprek met de persoon naast mij, die geïnteresseerd vraagt hoe het met Pax, mijn labrador, gaat. Hij is een kleine tijd voor deze verjaardag voor de vierde keer in één jaar geopereerd. Gedurende het gesprek zie ik dat mijn overbuurvrouw, die ik dus niet ken, onze conversatie aan het volgen is. Tussendoor doet ze verwoede pogingen om zich in ons gesprek te mengen, maar ik en mijn gesprekspartner weten haar behendig aan de zijlijn te houden. Uiteindelijk lukt het haar toch, met bovenstaand gesprek als eindresultaat.

Na mijn uitbarsting ben ik op gestaan, heb mijn jas gepakt en de gastvrouw van die avond tot ziens gezoend. Eenmaal buiten kalmeert de koele herfstlucht mijn stemming een beetje. Waarom moest ik zo uit mijn slof schieten? Wat is het toch dat de mening van iemand over mijn honden mij zo kan raken? ‘Het is maar een dier’. Hoe krijgt iemand het uitgesproken? Dat dier heeft mij de afgelopen jaren meer geleerd over menselijkheid, doorzettingsvermogen en ruimdenkendheid dan ik in mijn hele leven daarvoor gedaan heb. Dat is niet iets wat ik kan uitleggen, dat moet je voelen. De rust die je handen op een warme hondenbuik geven, krijgt geen meditatie bij mij voor elkaar. (Of is die handeling meditatie op zich?) Begrijp mij niet verkeerd: honden zijn honden. Geen harige kinderen. Ik vermenselijk ze niet, dat hoef je ook niet te doen. Met al hun fantastische honden eigenschappen hebben ze het helemaal niet nodig om als mens behandeld te worden. Ze worden er veel gelukkiger van als wij ze nemen voor wat ze zijn.

Ik sla mijn sjaal steviger om mijn hals, terwijl ik naar de auto loop. Misschien moet ik niet zo streng voor mijzelf zijn. Ik hou er niet van om uit mijn slof te schieten, maar ik ben ook een mens. Een mens dat net even genoeg motivatie kreeg om wel een veeg uit de pan te geven. Om te verdedigen wat mij zo dierbaar is. Inmiddels volledig gekalmeerd denk ik aan mijn honden, die nu ongetwijfeld beiden languit op de bank (ja dat mogen ze bij mij, wanneer er een kleed op ligt tenminste) liggen te snurken. Zich volledig onbewust van vrouwtjes gesprek van zojuist. Wat lijkt het mij soms toch fijn om een hond te zijn.

Vandaag is het dierendag. Een dag als geen ander, maar toch een beetje speciaal. Want hoewel het elke dag dierendag is (cliché maar wel waar), sta ik vandaag toch een beetje stil bij wat dieren (en honden in het bijzonder) voor mij betekenen. Dat dit veel is hoef ik niet uit te leggen. Je maakt er immers niet zomaar je werk van. Ze hebben mij geleerd om de humor in te zien van het leven. Wie tijdens het opvoeden van honden de lol en humor niet ziet, is een verloren baas. Ze hebben mij ook geleerd wat milder voor mijzelf te zijn, omdat je soms simpelweg geen invloed hebt op het leven. Dat het kopen van een lekkere honden kluif en deze vervolgens geven zoveel meer voldoening geeft dan het zoveelste paar nieuwe schoenen. Dat je met hard werken een band samen kan krijgen die voor het leven vertrouwen geeft, zonder enkele vorm van twijfels over integriteit. Dat het geluk in het leven zit in kleine dingen. Ja, geld is nodig om te kunnen doen waar je behoeften aan hebt. Geld geeft vrijheid. Maar geld geeft geen geluk. Vraag dat maar aan honden.