Oh glorious Austria

Er waren eens twee honden die op vakantie gingen in Oostenrijk

‘Oh, Labradori!’ Het meisje dat helpt tijdens het ontbijt in ons pension grijst breed toen ze hoorde over onze reisgenoten. ‘Wil je ze begroeten?’ vraag ik. Dat laat ze zich geen twee keer zeggen en dartelt richting de gang. ‘Niet schrikken, de jongste zal een beetje..’ Ik moet even diep graven wat het Duitse woord voor ‘blaffen’ is. ‘Bellen’. Ze haalt haar schouders op. ‘Bijten ze? Ze vraagt het niet angstig. In tegendeel zelfs. Er zit een beetje onverschilligheid in haar vraag. Zo van, ja honden kunnen bijten, maar het is wel handig om dat van te voren te weten. Ik schud van nee en open de deur.

Oostenrijk. Het eerste waar ik aan denk wanneer er vakantieplannen gemaakt worden. Ook het laatste trouwens, want vrijwel altijd gaat de reis die kant op. Dat wil zeggen, de keren dat wij geweest zijn de afgelopen jaren. Vol overgave een bedrijfje opzetten met eigen geld betekende in ons geval een paar zomers genieten van Hollandse druilerigheid. Van achter ons eigen keukenraam that is. Niet erg, maar toen er dit jaar wel gelegenheid was om naar het land van kaiserschmarrn en Schnapps te gaan wist ik niet hoe snel ik mijn koffers vol moest gooien. Na een reis van talloze wegopbrekingen, overvolle stopplaatsen en één verkeersboete (voor zeven KM te hard), liep ik als een pas geboren veulen te dartelen in een vredig dorpje in Tirol. Op de achtergrond vrolijk klingelende koeienbellen, kneiter schone lucht en bergtoppen zover als mijn oog rijkt. Ja beste mensen, zoet sappiger ga je het niet krijgen, maar een minder glazuur brekende omschrijving kan ik niet formuleren. In mijn hoofd draait ‘mijn’ aflevering van ‘Ik vertek’ al rondjes. ‘Ja we dachten dat we alle vergunningen wel rond hadden, maar nu horen we dat je dus helemaal geen hondenpension naast een Oostenrijkse kerk mag bouwen…’ Dat idee.

Eén van de belangrijkste redenen dat wij zo graag naar dit land gaan is de manier waarop er met honden wordt omgegaan. Naast het feit dat je geen kilometer kan lopen zonder minimaal tien keer vriendelijk toegelachen te zijn voor het simpele feit dat je met twee honden loopt, wordt er ook nergens moeilijk gedaan wanneer je met een paar harige poten (die van de honden bedoel ik dan he, niet die van ons) een terras opstapt. Een belangrijke toevoeging daarop is dat ze daarbij de hond gewoon laten zijn. Ze bewonderen van een afstand, maar denken er niet aan om direct met twee armen over jouw viervoeter heen te gaan hangen. Bijzonder prettig, gezien mijn jongste exemplaar daar een gigantische weerzin van heeft. Ik denk dat één van de belangrijkste oorzaken ligt in het feit dat in veel landen (niet alleen Oostenrijk) de hond nog steeds vooral voor bewaking worden gehouden. In ieder geval wel in de kleinere berg dorpen. Als je gebeten wordt zal je het er wel naar gemaakt hebben, dat idee. Hoe anders is onze instelling in Nederland vaak. Soms denk ik wel eens dat elke hond een maatschappelijk bezit is. Je moet er maar aan mogen zitten. En als hij dan snauwt of (erger nog) hapt, is het een rot hond, ben jij een rot buur, wordt er een Facebook bericht aan je gewijd, 112 gebeld en een rechtzaak tegen je begonnen. Goed, ik overdrijf graag wat, maar tot aan het Facebook bericht zit ik over het algemeen aardig in de buurt. Toen ik pas op mijn huidige woonadres kwam wonen weet ik zeker dat ik een hoop wenkbrauwen heb doen fronzen, omdat ik structureel aangaf het niet fijn te vinden dat iedereen zomaar op mijn honden zou duiken. Had ik daar een reden voor? Ja. Moet ik er een reden voor hebben? Nee, zeer zeker niet.

Laat ik wel even duidelijk onderstrepen dat het natuurlijk niet iemand zijn eigen schuld is als er een bijtincident plaats vindt (meestal dan). Evenals dat ik agressie bij honden natuurlijk niet acceptabel vindt in onze maatschappij. Daar gaat dit verhaal niet over. Het gaat over rekening houden met elkaar. Zelf een stapje opzij doen om niet tegen elkaar op de botsen. Letterlijk en figuurlijk. In de bergen gaat het vanzelf. Een fietser belt even om zijn passeren aan jou duidelijk te maken. Wij staan stil en laten onze honden wachten, de fietser kan er zonder problemen langs. ‘Gruss Gott’ klinkt het vriendelijk en de fietser gaat ons zonder problemen voorbij. ‘Gruss Gott.. zitten we al zo hoog?’ zou mijn vader dan zeggen en vervolgens keihard om zijn eigen grap gaan lachen. Gekke pa.

Met lood in onze schoenen stappen we in de auto om onze, met frisse lucht doordrenkte, lichamen weer richting Nederland te sturen. Op de terug weg eveneens een berg wegopbrekingen, alternatieve routes die ons door oud-Duitse dorpjes voeren en overvolle stops. Voor zover bekend nog geen boete, maar ik zal de brievenbus angstvallig in de gaten houden. Moe stap ik thuis uit de auto en loop met Memphis en Pax nog een kort rondje langs het fietspad voor we naar binnen gaan. ‘Kijk uit je doppen, trut’ hoor ik achter mij. Met een noodvaart komt een wielrenner voorbij gesjeest. Welkom thuis.

Een vakantie geeft veel mensen nieuwe inzichten. Bij mij was het dit jaar opeens duidelijk dat ik de manier waarop wij, in ieder geval in de randstad, met elkaar omgaan niet altijd fijn vindt. Veel cursisten klagen over vervelende confrontaties bij het uitlaten van hun hond. Rekening houden met elkaar lijkt vrijwel direct plaats te maken voor getier en gescheld. De hond aanlijnen wanneer er een soortgenoot aan de lijn voorbij komt is eerder uitzondering dan regel. In plaats daarvan moet jij daar maar niet met een aangelijnde hond gaan lopen. Natuurlijk is het niet zo dat we helemaal geen omgangsnormen meer kennen. Maar ik durf voorzichtig te zeggen dat we soms wel wat meer ‘Oostenrijk’ kunnen gebruiken. Zullen we bij deze afspreken weer een beetje liever voor elkaar te worden?