Goed bedoeld is niet altijd persé goed..

Er was eens een hond die het goed bedoelde

Ik was de rondjes naar ons speelterrein met Memphis en Pax wat zat en besloot op een vakantie dag om weer eens een park met ze te bezoeken.

Misschien dat je nu denkt ‘ja, en wat is daar zo bijzonder aan’? Maar ik verkeer dus in de gigantische luxe positie van het in bezit zijn van een eigen speelbos voor honden en zie daarom vaak het nut niet in van een bezoek aan een druk losloop park. In mijn vrije tijd ben ik namelijk nogal asociaal. Daarmee bedoel ik niet dat je mij tegen huizen zal zien plassen, of dat ik oude vrouwtjes omver duw bij de kassa om voor te piepen. Nee, ik ga gewoon niet graag sociale interactie aan wanneer ik met mijn honden op pad ben. Het is één van mijn meest kostbare momenten om mijn hoofd leeg te kieperen na een drukke werk dag en chit chat past daar niet helemaal bij. Daarbij komt ook nog eens dat ik een hond bezit die hier precies hetzelfde over denkt. Memphis is een fantastische hond en kan prachtig mooi spelen en omgaan met alle geslachten en rassen, maar niet op onbekend terrein. Na veel trainen kan hij passerende honden negeren, maar drukke (met name grote) honden die op hem afstormen kunnen een luid blafsalvo verwachten. Hoewel ik prima kan onderbouwen wat zijn geblaf betekent in combinatie met zijn lichaamshouding, voel ik totaal niet de behoefte om dit aan de eigenaar van de uitgekafferde hond uit te leggen. Het is voor veel mensen niet niks, zo’n groot zwart veulen dat zijn stembanden opzet. Dat snap ik heel goed. En hoewel Memphis dus is geleerd andere honden te negeren, kun je nou eenmaal nooit voorkomen dat er een harige vierpoter op hem af komt lopen. Het geeft Memphis daarbij veel stress om in zo’n situatie terecht te komen en dat wil ik hem niet bewust aan doen, zeker niet omdat ik dus een eigen terrein heb waar hij vijf dagen in de week met allerlei soortgenoten speelt via mijn kleine uitlaatservice. Nou is het trouwens absoluut niet zo dat mijn honden dus alleen maar op dat terrein komen. In de omgeving hier zijn een paar hele fijne plekken waar ik graag met mijn jongens heen ga en waar ik niemand tegen kom. Dit zijn plekken die veelal niet als park worden aangeduid en waar je vaak met de auto heen moet en niet zomaar lopend kan komen. Maar op die bewuste vrijdag koos ik dus wel voor een ‘echt’ park.

Rugtas vol met tennisballen en hop, op weg naar het park. Ik koos wel voor een park met veel overzicht, zodat ik in ieder geval snel zag wanneer er honden uit de categorie ‘Memphis trekt dit slecht’ aan zouden komen lopen. De eerste tien minuten verliepen heerlijk. Mem en Pax genoten wel echt zichtbaar van alle nieuwe geuren en het pas gemaaide gras. Al snel dook er achter een klein heuveltje een middel grote hond op, die nieuwsgierig naar ons toeliep. Memphis merkte hem op, blafte een paar keer maar kwam direct weer naar mij zoals hem is geleerd. De hond kwispelde vriendelijk en liep terug naar zijn baasje. Hij had door dat dit geen speelkameraadjes voor hem waren en respecteerde dat: heerlijk! Ik zwaaide naar zijn baas en zij terug naar mij. So far so good.

Vrijwel direct doken er 3 Rottweilers met een groepje mensen achter ons op. Mijn Memphis-trekt-dit-niet-rader ging direct af. Groot, robuust en stoer.. oftewel zijn grootste nachtmerrie. Ik riep hem bij en lijnde hem aan. De Rotti’s bleven echter voor de uitgang van het padje waar ik was ingelopen staan en dus zag ik geen andere mogelijkheid dan door het riet, langs de sloot, van ze weg te lopen. Natuurlijk had ik ook kunnen vragen of de baasjes wat ruimte wilde maken, maar dan zouden de honden ons hebben opgemerkt en wellicht interessant genoeg hadden bevonden om even bij te gaan kijken. Dus koos ik voor de (soort van) makkelijkste weg en wurmde mij door de dikke rietstengels en brandnetels. Mijn goede humeur door Mem’s ontmoeting met de middelgrote hond verdween als sneeuw voor de zon en vloekte openlijk over mijn ongewilde safari door het riet. Ik baalde dat ik was gegaan. Een gevoel dat binnen 10 minuten kracht bijgezet zou gaan worden door mijn volgende Memphis-hond ontmoeting.

Ik was nog maar net terug op het wandelpad toen ik in de verte twee zwarte honden zag aankomen, gevolgd door een groepje mensen. Ik zag direct dat het iets van retrievers moesten zijn en wist dat Pax daar gegarandeerd een aantrekkingskracht op zou hebben. Retriever naar retriever is namelijk altijd feest. Althans, ik heb nog geen andere ervaringen in ieder geval. Memphis zat nog aan de lijn. Ik besloot een stukje op het pad terug te lopen, om zo via een grasweggetje rond de retrievers te kunnen lopen. Die weg zou namelijk weer uitkomen bij de uitgang van het park. In de verte hoorde ik een reeks fluitsignalen snel achter elkaar. Dat betekent doorgaans maar één ding: er wordt een hond terug gefloten, maar deze is niet van plan om te komen. En ja hoor, daar was retriever nummer één, op een kleine 20 meter afstand. Pax was al onderweg om kennis te gaan maken. Meer dan even buurten doet hij nooit, dus liep ik met Memphis alvast verder het gras pad op. Pax zou wel volgen. Zo verliep het ook. Echter, had Pax zijn bal laten vallen, welke weer door de retriever was opgepakt en terug was gebracht naar zijn baas. Prima, dacht ik, ik had immers een tas vol. Maar toen gebeurde iets wat ik alleen maar onder de noemer ‘zeer beleefd maar een beetje dom’ kan scharen. De baas pakte de hond bij de halsband en haalde de bal uit zijn bek. Terwijl ze de hond nog bij zijn halsband had liep ze mijn kant op. Ik liep direct sneller door om duidelijk te maken dat ik niet haar hond bij mijn aangelijnde snuiter wilde hebben. Dit beantwoordde zij door zelf ook sneller te gaan lopen, terwijl ze de bal in de lucht heen en weer bewoog.

‘Laat maar!’ riep ik. ‘Die mag hij houden hoor, ik heb er genoeg’. Ze bleef lopen. Vijftien meter, twaalf meter, tien meter.. Ik wilde doorlopen maar zag tot mijn grote schrik dat er aan het begin van het gras pad zich een groepje border collies had verzameld, die ronduit verlekkerd naar de tennisbal keken. Collies aan de ene kant, retriever met baas aan de andere kant. Ik was ingesloten. Ik haalde de zak kaas uit mijn tas en besloot Memphis hierdoor heen te loodsen met de enige manier waarop dit nog zou werken.. Kaas. Inmiddels was de retriever-vrouw tot bijna twee meter ingelopen en toen gebeurde waar ik bang voor was. Ze rolde de bal richting ons maar liet daarbij tegelijk haar hond los. Memphis zag de bal, wilde deze pakken, maar werd direct overdonderd door de retriever die in volle vaart ook achter de bal aan ging. Met een dance move waar het nationaal ballet jaloers op zou zijn draaide ik mij tussen de twee honden en schopte de bal weg, Memphis nog steeds aan de lijn. Hij viel wel uit, maar ik had een botsing tussen beide kunnen voorkomen. ‘Hij trekt dit echt niet mevrouw, daarom zit hij ook aan de lijn’. Ze haalde haar schouders op en liep de andere kant op, wederom met haar hond bij de halsband gepakt. De collies waren trouwens inmiddels wel met succes terug gefloten door hun baas.

Eenmaal in mijn auto kon ik niet anders dan boos zijn op mijzelf. Allereerst was ik boos op de vrouw, wat ik tegelijk ook weer zielig vond. Ze had het echt niet slecht bedoeld. Ze wilde gewoon terug geven wat haar hond had gepakt. Maar vooral omdat ik gevallen was voor één van de grootste valkuilen van hondenbaasjes. Namelijk zelf invullen wat mijn hond leuk moet vinden. Ik doe Memphis helemaal geen lol door hem mee te nemen naar een druk park. Hij is zielsgelukkig met ‘zijn’ veld waar alle regels duidelijk en voorspelbaar zijn. Hij had nu weer de kans gezien om uit te vallen, iets wat al tijden niet meer voorkwam. Ik kon alleen maar hopen dat hij zijn eenmalige succeservaring (de vrouw liep immers gelijk weg en dus had voor hem het uitvallen effect) geen stappen terug in onze training zou betekenen.

Uit dit verhaal kunnen we twee dingen leren. Allereerst dat veel mensen nog niet weten dat een hond aan de lijn vrijwel altijd betekent dat de baas niet wilt dat er andere honden bij komen. Eindeloze discussies levert dit in parken op, maar het feit blijft dat iedereen recht heeft om ergens met zijn of haar hond aan de lijn te lopen, ook al is het terrein bedoeld als losloopzone. Jouw hond los laten lopen betekent namelijk automatisch dat jij aangeeft controle te hebben over het gedrag van jouw hond en hem terug te kunnen roepen wanneer er vervelende of zelfs gevaarlijke situaties dreigen te ontstaan. De tweede les is dat wij als mensen vaak een interpretatie geven van wat fijn is voor onze hond. Vaak krijg ik baasjes op cursus die hun hond willen leren om te spelen met andere honden. Dit is echter niet een trucje die je kunt aanleren en daarnaast geeft een hond zelf al heel snel aan of hij gediend is van interactie met soortgenoten. Een hond die lol ervaart van spelen met andere honden zal dit uit zichzelf wel opzoeken. Uiteraard zijn er gevallen van honden die bijvoorbeeld gebeten zijn en daardoor nu contact mijden, terwijl dit hiervoor nooit een probleem was. In sommige van die situaties valt er zeker nog winst te behalen. Echter, zijn er ook honden waarbij je gewoon de conclusie kan trekken dat omgaan met vreemde soortgenoten geen lolletje voor ze is en het ook nooit gaat worden. Respecteer dit en zoek samen naar wat jouw hond wél leuk vindt. Dit geeft veel meer positieve energie dan eindeloos trekken aan een dood paard.

Column hondsbrutaal – Door dik en dun

Wekelijks schrijvende viervoeters Pax (labrador) en Memphis (herder kruising) om de beurt een column over wat hen bezighoudt in hondenland. Deze week Pax. 

Er zijn van die dagen dat ik denk dat mijn mensen maat (de vrouwelijke variant) knetter gek geworden is. Ik leg het uit. Wij hebben in huis een groot vierkant vlak met wonderlijke krachten. Als je er voor gaat staan, vermenigvuldiging je namelijk. Niet alleen ik, iedereen! Ik ben al sinds mijn puppytijd gestopt met mij druk te maken er om, want mijn dubbelganger doet mij ook nog eens na. Totaal niet grappig, eerder flauw en een beetje irritant. Maar mensen maat loopt er wel nog regelmatig naar toe en blijft er dan een tijdje voor staan. Dat niet alleen, zij praat er ook tegen. Soms hele verhalen, meestal wat geïrriteerd van toon. Dan mompelt ze wat, trekt een of meerdere van die lappen uit die jullie mensen altijd dragen, loopt weg en versiert zich weer met een andere lap. Achter elkaar door gaat dit. Vaak eindigt ze met de lap waarmee ze begon, terwijl ze wild over haar lijf wrijft en naar verschillende lichaamsdelen wijst. Knettergek. Ik versta niet altijd alles, maar wat ik wel begrijp is het woord ‘eten’. Het eerste woord dat ik ooit leerde en ongetwijfeld het laatste dat ik zou vergeten, mocht ik later oud en dement worden. Fantastisch woord, ga al kwijlen bij het idee (letterlijk, mijn mensen maten zijn regelmatig plat op hun snuit gegaan voor ik mijn eten kreeg. Laminaat en hondenkwijl is gelijk aan een ijsbaan). Wat ik echter niet begrijp is de boosheid die mensen maat uit bij het woord eten. Hoe kan je daar nou boos om worden? Ik wil altijd wel eten. Hondenvoer of mensen eten, het maakt mij niet uit. Ik heb zelfs ooit parkieten zaad naar binnen gesnaaid. Eigenlijk geen idee hoe het smaakte, zo snel had ik het op. Maar het leven is te kort om over zaken te twijfelen dus hop, weg was het. Een uur niet gegeten is een uur niet geleefd. En dat ik daar dan van in omvang groei, whatever. Meer hond om van te houden denk ik dan maar zo!

Dacht mensen maat hier maar zo over. Als die nou eens alle remmen los zou gooien.. Ach ja dan explodeert zij wel qua gewicht, maar daar zie ik dan wel weer de voordelen van in. Want als zij extra zwaar is, kan zij ook een stuk minder snel achter mij aan rennen als ik katten poep van straat probeer te eten. Maar in plaats daarvan projecteert ze haar eigen waanzin op mij. Toen de honden dokter zei dat ik wel wat kwijt kon raken, hoopte ik eerst dat hij het had over de regels en grenzen waar ik mij in mijn hondenleven aan moet houden. Helaas, het ging over mijn gewicht. Door mijn vele familie bezoekjes was ik wat aan de zware kant geworden. Mijn grote trouwe hondenogen leveren mij altijd en overal wel iets te snacken op. Kon gebeuren hoor, zei de honden dokter. Een gecastreerde labrador, dat is nou eenmaal lastig op gewicht te houden. Opgelost dacht ik toen. De dokter zei het zelf, kun je niks aan doen. Maar in plaats van berusting werd er een heel arsenaal aan sperzieboon blikken ingeslagen, een keukenweegschaal aangeschaft en een voedingslijst opgehangen. Ik moest er echt aan geloven.

Zoveel maanden later kreeg ik een dikke stempel met ‘goedgekeurd’ van de honden dokter. Toegegeven: na maanden lijnen zag ik er kei strak uit. Ik kon veel langer achter ballen aanrennen (en dan niet terug brengen, want we moeten niet te gek gaan doen) en ik heb voor het eerst in tijden weer eens sjans van wat lekkere teefjes. Vanuit die hoek bekeken is het zo gek nog niet dat ik wat in omvang geslonken ben. Maar als ik heel eerlijk moet zijn.. Laat mij los in een gemiddelde supermarkt en ik negeer de groente afdeling zoals mijn mensen maat soms snelheidslimieten negeert en knal gelijk door naar het schap met de roomsoezen. Ik kan geen controle houden. Maar goed dat hoef ik ook niet, want ik ben een hond.

Veel honden kampen met overgewicht. Het is soms voor ons mensen lastig om maat te houden bij het geven van voer aan onze viervoeters. Omdat het een primaire behoefte is, zullen veel honden het niet afslaan. Zeker niet als het extra lekker is. Overgewicht is voor honden net zo schadelijk als voor mensen. Soms kan het moeilijk zijn om toe te geven dat jouw hond wat te dik is. Immers, krijgt hij het voer meestal van ons en dus voelen wij ons aangevallen wanneer er wordt gezegd dat de hond moet afvallen. Toch is het goed om er mee aan de slag te gaan, zeker als de gezondheid van de hond in gevaar komt. Natuurlijk is de hond erg blij wanneer hij zijn snacks krijgt, maar het belemmert hem soms ook om echt hond te kunnen zijn en dingen te doen waar honden blij van worden. Daarnaast kunnen honden ook overgewicht krijgen door ziektes zoals een slecht werkende schildklier of diabetes. Check dus altijd bij jouw dierenarts en stel samen een voedingsschema- of behandelplan op.